83. De dorpsoma en het lied van Zmuln

We hoeven al die hapjes niet zelf op te eten. Zodra de klok van Zweikirchen zeven slaat, komen er auto’s de berg op. De buren!
Oké, niet alle genodigden verschijnen, maar de meesten zijn er! Acht volwassenen en een meisje dat vandaag 9 wordt. Ze staan nog in de hal als er al bulderend gelach klinkt. De toon voor deze avond is meteen gezet. De ‘dorpsoma’ is er ook bij. Meer dan een halve eeuw woont ze in Zmuln. Ze weet ons veel te vertellen over het huis en de historie. ‘En als je kwaaltjes hebt, kun je bij haar terecht, hoor’, plagen de andere dorpelingen. Plechtig overhandigt ze ons een koker met het lied van Zmuln. Gasten van ‘Haus Einsamkeit’ hebben het destijds geschreven; zomer aan zomer werd het hier op ons terrein gezongen:

Abgelegen und verträumt
liegt am Hang vom Wald versäumt
Zmuln, du unser Ferienhort
nicht weit weg der kleine See
In der Näh springt manch ein Reh
bist wirklich schöner Ort…

Zo gaat het door. Over ‘Liebe, Güte, Freundlichkeit / Hilfsbereitschaft, Heiterkeit’. En: ‘Hast noch eigner Art / die so selten dir bewahrt. / In dir hört man Gottes Wort / Bleib so eigen, bleib so schlicht / bleib und wirk so immerfort.’
Een cadeau om te koesteren. We hopen het in te lijsten en een ereplaats op Freudenhof te geven. Een prachtige plant en mandenvol Karinthische specialiteiten krijgen we bovendien: wijn, worst, spek. En als we iets nodig hebben, hoeven we maar aan te kloppen…
Als laat op de avond iedereen het donker en de kou weer in gaat,  voelen we ons wéér een beetje meer thuis op deze prachtige plek. Wat een warm welkom!

buren1

buren2

82. Het hele dorp is uitgenodigd

hausschuhe2

‘Hast du keine Hausschuhe???!’ Vol verbazing keken onze gasten – een gezin uit de kerkelijke gemeente – ons onlangs aan. Bij binnenkomst waren ze meteen begonnen hun schoenen uit te trekken, en toen wij hen adviseerden die lekker aan te houden, bleek dat ze hadden verwacht een paar pantoffels aangeboden te krijgen! De vader van de familie was extra blij dat-ie z’n eigen sloffen had meegenomen, de rest trok de schoenen maar weer aan.

Het zijn van die kleine dingen waaraan je merkt dat je ‘ver weg’ zit, met andere mensen en andere gewoonten. En dus zijn we benieuwd wat ons vanavond te wachten staat. We hebben namelijk het hele dorp uitgenodigd…

Op Kerstavond bezorgden Matthias en Jeannette bij alle zes de woningen van Zmuln een kerstkaart plus uitnodiging. Het bleek een flinke tippel voordat ze alle buren gehad hadden. De maan scheen, de grond glinsterde van de vorst,  de zaklamp was desondanks onontbeerlijk. Bij de helft van de huizen zochten ze tevergeefs naar een brievenbus. Ten slotte stopten ze hun envelopjes maar onder de ruitenwissers van een auto die op het erf stond.

En nu afwachten of er iemand komt opdagen. Of niet…

hausschuhe1hausschuhe3

 

81. Levensgevaarlijke sollicitatie

Silvio Kummer heet hij en hij woont in de buurt van Klagenfurt. Silvio is een Duitser van middelbare leeftijd die brood bezorgt voor bakkerij Roggn ’Roll (Für Laib und Wohl). Harold rijdt een dagje met hem mee om te bewijzen dat-ie een getalenteerd broodbezorger is. Als het lukt, mag-ie full-time brood rijden voor Roggn’Roll.

Tijd van voorbereiden is er niet. Woensdagavond 19.00 uur belt de Geschäftsleiterin met de vraag of Harold de volgende ochtend meegaat. Moet-ie zich wel om 3.30 uur (!) melden bij de broodfabriek. Natuurlijk staat Harold ruim op tijd bij de poort van de bakkerij. Befehl ist Befehl.
Hoewel de sollicitant zich vóór half vier meldt, staat er al een vrachtwagentje met draaiende motor klaar. Uit de cabine stapt een grote man, die Harold een grote hand geeft en zich met een diepe basstem voorstelt: Silvio Kummer. ‘Du hast kein Glück. Es wird einen verrückten Tag.’
‘Wieso?’, vraagt Harold een beetje bedremmeld en zich ternauwernood het Duitse woord herinnerend voor ‘hoezo’.
‘Das Wetter seht nicht gut aus. Sch…sse!’ Dat woord zal Silvio die dag nog wel zo’n tachtig keer gebruiken: voor het ‘slechte’ weer, voor de sneeuwkettingen die niet passen (anderhalf uur doen we erover om die bij minus 18 graden en zonder muts en handschoenen te bevestigen), voor automobilisten die niet snel genoeg aan de kant gaan, voor voetgangers die een zebrapad willen oversteken juist als wij naderen. Enzovoort.
Van zijn hart maakt Silvio geen moordkuil, ook niet tegenover zijn collega met wie hij vaak telefoneert. ‘Alter Schwede, totale Sch..sse heute’.
De route voert naar Ost-Tirol: Greifenburg, Lavant, Lienz, Gross Glockner. Het landschap is adembenemend, Silvio’s rijstijl zenuwslopend.
‘Gibt es auch Hirsche und Rehe hier?’, informeert Harold niet zomaar als het vrachtwagentje met 90 kilometer per uur door een donker bos rijdt. ‘Ja, sehr viele’, bevestigt Silvio. ‘Auf dieser Strecke passieren viele Unfälle’, gaat hij verder. Zonder gas te minderen.

De eerste sneeuwbuien worden door Silvio met vele ‘Sch..sses’ verwenst. Gas mindert hij niet, hoe slecht het zicht, hoe glad de weg ook is. ‘Speedy Gonzalez’ wordt-ie door collega’s genoemd, en Harold begrijpt snel waarom. Met samengeknepen billen zit hij naast de Michael Schumacher onder de broodbezorgers. De weg? Glad! Linkerberm? Is er vaak niet. Wel afgronden van op z’n minst 100 meter. Rechts dan? Steile rotswand! Tegenliggers? Ja, te veel, en te breed!

img_20170105_082629860
Silvio en Harold bezorgen brood bij een stuk of dertig hotels, drogisterijen en bakkerijen. Eén van de adressen ligt op de Gross Glockner. ‘Da ist ein Ferienhaus, Eigentümer ist ein Landsman von dir.’ Die eigenaar blijkt geen Landsman maar een Belg, zijn Ferienhuis ligt vandaag te hoog voor ons. Silvio heeft geen zin om de sneeuwkettingen wéér om de banden te spannen en neemt daarom een flinke aanloop . Vol gas daveren we de hoogste berg van Oostenrijk op. Eerst gaat het nog snel en voorspoedig, maar allengs langzamer; de banden slippen en Silvio gooit er enkele ‘Sch…sses’ tegenaan. Stil staan we. De Belg op de berg wordt gebeld. Of-ie het brood beneden op wil halen…

img_20170105_123425252

Het was afzien, vooral met die sneeuwkettingen. Het was ook een lange dag: we waren zo’n vijftien uur onderweg. ‘Maar nooit had ik dit willen missen’, zegt Harold eenmaal veilig in een gemakkelijke leunstoel bij de kachel. Kachels moet je trouwens in Slovenië kopen, dat scheelt de helft van het geld. Ook dat heeft-ie van Silvio. En voor klinkers moet je bij een bedrijf tegenover de Mediamarkt in Klagenfurt zijn. Daar heb je voor een paar honderd euro 100 vierkante meter.
De Geschäftsleiterin blijkt jammer genoeg de voorkeur aan een andere, Oostenrijkse, sollicitant te geven. Ondertussen is Harold een ervaring rijker.

80. De pot op voor de was

Daar zit je dan wijdbeens en omgekeerd op de WC-pot. In je linkerhand een brandertje, in je rechter- een dot nat wc-papier om brandende schrootjes mee te blussen. Een fles 7-Up binnen handbereik en een Bommeltje op de stortbak.
Nee, niet alles zit ons mee. Wie geen cent te makken heeft, bestelt geen loodgieter om een bevroren leiding in de buitenmuur te ontdooien, maar gaat zelf op de pot zitten.
Met een Ollie B. Bommel-boek, een bakje kaasstengels en wat telefoontjes naar mensen die je al maanden geleden had willen bellen, is het gek genoeg nog vol te houden ook. Af en toe werpt een huisgenoot een medelijdende blik om de hoek. Ondertussen dient zich de vraag aan hoe lang het duurt voordat het ijs in de leiding gesmolten is en Jeannette haar wasmachien weer kan gebruiken, want er is in huis geen schone sok en vaatdoek meer te vinden. Rob en Wilchert van het Leger deden er vorige week zo’n zes uur over om de kraan weer te laten lopen. Harold zit daar inmiddels ook al aan, maar nog steeds geen druppel water uit de kraan…
Wordt vervolgd…

DSC_0151[1].JPG

DSC_0150[1].JPG

79. Stil

Het gehamer hield op, de stemmen verstomden. Het Leger des Heils trok zich donderdagavond uit Zmuln terug. Racheltje en Maria konden hun tranen niet bedwingen. En wij? Wij zwaaiden met vochtige ogen de witte Volkswagen-bus na, dankbaar voor wat de Helden hadden verricht en weemoedig omdat we het nu weer zonder hen moeten stellen.
img-20170123-wa0008
van links naar rechts: Maria, Frank, Freek, Matthias, Harold, Jeannette, Marjan, Wilko, Rob, Marijke, Rini, Rachel, Bert

Der Rini: amateur-cabaretier en au pair
Rini kenden we inmiddels als een amateur-cabaretier, die van ’s morgens vroeg tot ’s avonds zijn toehoorders laat schuddebuiken van het lachen. Dat hij ook over de kwaliteiten van een au pair beschikt, wisten we niet. Was-ie niet fikkie aan het stoken met Matthias, dan was-ie wel in een serieus gesprek gewikkeld met Maria over de dingen des levens. Matthias vond in Rini, behalve een kameraad met wie je sleetje rijdt op zo gevaarlijk mogelijke trajecten, ook een streng toezichthouder op het maken van z’n huiswerk. De aansporingen van Rini, zelf op zijn veertiende gestopt met school, hadden een verbazingwekkend effect: Matthias haalde zowaar zijn schoolboeken tevoorschijn…

Der Rob: stille kracht
Het lijkt er op dat Rob altijd de meest vervelende karweitjes doet. Schuurde en schilderde hij in september -boven zijn macht- het dak van de veranda, dit keer ontfermde hij zich over het gipsen plafond van de hal. Het plafond werd strak en glad, Robs snor wit en stoffig. Daarna ontfermde Rob zich met kwast en roller over kozijnen en deuren, zette met Wilko een nieuwe keuken in elkaar en zat urenlang geduldig met een brandertje op de wc-pot om een bevroren leiding tot ontdooien te bewegen.

Die Marijke: kantinejuffrouw
Marijke verzorgde de catering voor de Werkers des Heils. Koffie, thee en cola was dankzij Marijke altijd voorhanden. In anderhalve week tijd gingen er zo’n vijftien 500 grams pakken koffie door. Bovendien hield Marijke de boel een beetje schoon, hoewel dat met  al die stoffige figuren een schier onmogelijke taak was.

Der Frank: kind en kok
Toen de eerste sneeuw viel, ontwaakte het kind in de kok. Dat deze jongen in ‘der Zmuln’ maar liefst 36 werd – historisch moment – zou je niet zeggen. Hij was voor Maria, Matthias en Rachel een dankbaar doelwit voor hun sneeuwballen. Dat hij bij de OBI een gloednieuwe sneeuwschep uit het rek greep om eindelijk wraak te nemen op zijn kwelgeesten, bleef gelukkig bij het winkelpersoneel onopgemerkt. De maaltijden van Frank waren alle verrukkelijk; een kleine rondvraag hier leert dat de pasta met zalm als allerallerallerheerlijkst wordt gezien. We hopen allemaal van ganser harte dat Maria goed heeft opgelet tijdens de les ‘zelf kroketten maken’…

Der Bert: schoonmaker en laundry-boy
Bert was van de was. In no-time had-ie in de gaten hoe de machine werkt, iets dat de heer des huizes na vijftien jaar nog niet door heeft. Bert ontdeed het woonhuis van stof en spinnenwebben. Bert was ook aanvoerder van het Leger des Dweils (bijna dagelijks dweilde hij de vloeren) en tevens bedenker van de vraag ‘was zagen Sie’ toen er een diepgaande discussie over de decoupeerzagen losbarstte.

Freek de Grote
Voor Freek is hier ter plaatse een commissie opgericht die een standbeeld-op-ware-grootte van deze held moet realiseren. Probleem is hoe de commissie aan zoveel materiaal moet komen… Hoe ver waren we geweest zonder het lumineuze idee van Freek om hier met het Leger te komen klussen? Dat het zo goed en gezellig was, dat er zoveel werk is verzet, is voor een belangrijk deel aan deze grijs-blonde reus te danken. Desondanks was de arme aanvoerder opnieuw mikpunt van weinig complimenteuze opmerkingen en werd hij tot in zijn bed met sneeuwballen verrast. Maar ja, wat wil je ook als je voor 120 eur gaat tanken en dan aan ‘de jongens’ vraagt hoeveel dat eigenlijk in Nederlands geld is…

Der Wilko und die Marjan: prachtig klus-stel
Even overwogen we er nog een appartementenhuis bij te kopen. Marjan en Wilko gingen zó snel dat we bang waren dat er na enkele dagen niets meer te doen zou zijn. Marian schuurde, schilderde, knipte en plakte dat het een aard had. Gedateerde keukens maakte ze up-to-date en ze zette de puntjes op de i, waar Nico en Gerrit eerder het grove werk hadden gedaan. Wilko schroefde, timmerde en zaagde. Het resultaat: een nieuwe keuken in één van de vertrekken, een reuzenboekenkast in de werkkamer van Jeannette, een handig werkblad in de schuur en prachtig afgewerkte appartementen.

Het mag een wonder heten: plotseling zijn de werkkamer, een hal en drie appartementen klaar om ingericht te worden. Nog even, en we kunnen de eerste foto’s laten zien!

 

 

 

78. Leger der Helden herovert Zmuln

Het is alweer twee weken geleden dat het Leger des Heils -in het kader van herstelgericht werken en ontspannen- opnieuw in ‘der Zmuln’ arriveerde. Dit keer met een vooruitgeschoven eenheid van drie mensen: Nico, Wilchert en Gerrit. Met kwasten, verfrollers, accuboren en rolmaat in de aanslag stapten ze de Volkswagen Up! uit. Als een wervelwind trok het drietal door het appartementenhuis, een spoor van geverfde deuren, nieuwe vensterbanken, gesausde wanden achterlatend. Zo onderging appartement na appartement een metamorfose: geel-groene vloerbedekking maakte plaats voor antraciet-grijze vloeren. Oranje-bruine wandtegels werden stralend wit geschilderd. De hal boven was tot de komst van Gerrit, Nico en Wilchert zo ongeveer de lelijkste ruimte; nu hoort-ie bij de mooiste.

Aan het eind van elke middag poetste Gerrit zijn handen schoon, haalde de witte saus uit zijn baard en ging aan de slag in de keuken. Een uurtje later zette hij een maaltijd op tafel die een sterrenrestaurant niet zou misstaan. Toch waren de groenten aan Nico niet besteed vanwege zijn vitamine-allergie. Die afwijking heeft trouwens geen gevolgen voor zijn kracht en werklust, merkten we: Een oliekachel van zo’n 150 kilo verplaatsen, is voor hem een peulenschil en met wapperende paardenstaart zet hij de ene na de andere wand in de saus.
Voor Wilchert is niets onmogelijk. ‘Een houtkachel in de hal boven?’ ‘Natuurlijk kan dat.’ ‘Maar d’r moet toch een schoorsteen aan zo’n kachel vastzitten?’ ‘Dan gebruiken we gewoon het kanaal van de geisers die we van de wand gesloopt hebben.’
Ruim anderhalve week bleef het drietal. Wat was het fantastisch, zelfs zonder televisie en zware shag. Toen er maandag nog eens acht makkers bijkwamen, daverde de Zmulner berg des te meer. Van het geklus. En van de lachsalvo’s. Woensdagavond namen we afscheid van de eerste lichting, dankbaar voor het vele werk dat gedaan is, voor de mooie gesprekken, de gezamenlijke lol en de heerlijke maaltijden. Donderdagmorgen in alle vroegte reed de Up! met het Legertje der Helden weer richting Nederland, acht collega’s achterlatend die met dezelfde vaart verdergaan.

Het Leger is hier niet voor het eerst. Lezen hoe de eerste invasie verliep? Kijk hier!
Wordt vervolgd…

legerinactie5

 

leger-1

 

 

 

 

 

76. Negentien onder nul

img_5080Om vijf uur gaat de wekker: vriend Ruben vertrekt vandaag na een kleine twee weken Kerstvakantie in ‘der Zmuln’. Wat was het leuk! Nu reist deze held van nog maar pas 12 in z’n eentje (én voor het eerst) per vliegtuig terug. Matthias en Jeannette brengen hem in alle vroegte naar Salzburg.
Tijdens het grootste deel van de rit rijden we door een sprookjesachtig landschap: bergen en bossen bedekt door een dik pak sneeuw. Lange ijspegels die langs lage dakranden hangen. Hooggelegen huisjes, waar lamplicht vriendelijk naar buiten valt.
De foto’s die we onderweg nemen, zijn snel gemaakt: het is KOUD buiten. Min-19, zegt de thermometer!
Op het vliegveld blijkt alles perfect geregeld. Het papieren zakje dat om Rubens hals wordt gehangen, toont dat hij in z’n uppie reist. Zo is hij meteen herkenbaar voor de dame van het grondpersoneel die hem afhaalt in de vertrekhal en hem via de beveiligingspoortjes naar het toestel begeleidt.
Prachtig, om de Transavia met Ruben erin te zien opstijgen tussen de besneeuwde bergen. Veel eerder dan wij thuis zijn, is Ruben alweer terug in Nederland. Maar deze tocht door de witte Alpenwereld hadden we niet graag willen missen!

img_5081

img_5117

img_5119

img_5135img_5140

 

75. Echte rotzooi!

Zo’n kleine twee maanden stond-ie er: een gedeukte, roestbruine container waar je zo’n 40 kubieke meter aan rotzooi in kwijt kan. Op een zonnige donderdagmorgen werd het gevaarte voor het appartementenhuis neergezet.

Vrij snel kwam er een prangende vraag in ons op: Krijgen we dat ding ooit vol? Inmiddels hebben we het antwoord: Ja, dat ding krijgen we vol, hebben we inderdaad vol gekregen. Heel vol. En vol is vol, volgens een oude volkswijsheid. Wat we d’r in hebben gepleurd? Echte rotzooi. Zo’n vijfentwintig matrassen met bruine en/of gele vlekken, beschimmelde stoelen, verroest bestek, kaduuke droogmolens enzovoort.

Dat het heus rotzooi is, moet u echt van ons aannemen. Want bij alle dingen die we in het appartementenhuis tegenkomen, stellen we ons eerst de vraag: Kunnen we d’r nog wat mee? Daarna vragen we ons af ‘of we d’r nog iemand blij mee kunnen maken’ (vaak in die volgorde, niets menselijks is ons vreemd…).

‘De bak’ is sinds een week weg en we missen ‘m elke dag. We zien uit naar de dag dat-ie terugkomt, want de rotzooi stapelt zich weer op…

 

74. Luid geklater van water

Dinsdagmorgen: Buiten adem komt  Rachel binnenstormen: ‘Er staat een kraan vol gás te spuiten!!!’
‘Gas? Waar?’
‘In een appartement!’
‘Zijn de jongens daar? Laat ze onmiddellijk weggaan!’
‘Gas?’ zegt Harold. ‘Kan niet!’
Da’s waar ook. Het gas is afgesloten. Terwijl Harold zich naar beneden haast, leidt Jeannette onze juist gearriveerde gasten af met een kop koffie. Wat er ook aan de hand is, misschien is het beter dat zij – zus, zwager, neef, nicht en Matthias z’n vriend- nog maar éven géén kennismaken met het huis waar ze geacht worden te overnachten.
De arme Harold ligt ondertussen op z’n knieen in het ijskoude water en dweilt en dweilt. In een nog te renoveren appartement – precies  naast dat van onze logees –  is een waterleiding  bijzonder uitbundig gaan spuiten. De jongens ontdekten het, en toen één van hen riep dat er ‘vól gas een kráán stond te spuiten’ , dacht Rachel dat er ‘een kraan vol gás stond te spuiten.’

Woensdagavond: tijdens de oergezellige avondmaaltijd klinkt er gekletter in de keuken. Ach ja, het werd tijd; we hebben vandaag tenslotte nog geen ‘verrassing’ hoeven incasseren – en dat zijn we eigenlijk wel gewend. Er blijkt een kat in de buffetkast te zijn geklommen. Het boerenbont ligt aan diggelen op de grond.
Een paar uur later zitten we bij kachel en kaarslicht vol aandacht te luisteren naar een verhandeling van neef Jelle over de christelijke symboliek in ‘Lord of the Rings’ als de telefoon gaat. Zus en zwager – zojuist afgedaald naar hun eigen onderkomen – aan de lijn: ‘Jij dacht dat je je verrassing voor vandaag gehad had? Vergeet het maar! Het water stróóóóómt hier van het balkon.’ Wég christelijke-symboliek-in-Lord-of-the-Rings. Harold, Annemieke en Jeannette stuiven de berg af (voor zover je in het aardedonker een berg-met-haarspeldbocht kunt afstuiven.) Op het balkon van het appartementenhuis beweegt een zaklampje. Vanuit de duisternis klinkt luid geklater van water. Ook dit keer komt het uit een nog niet opgeknapt appartement pal naast dat van onze logees – alleen nu voor de afwisseling aan de andere kant. ‘D’r staat hier 10 cm’, kondigt een onzichtbare zwager vanaf boven met een grafstem aan.

We plonzen door het water. Met bevroren vingers wringen we de ene na de andere handdoek uit. Telkens weer wordt er een volle emmer over de rand van het balkon gekieperd. Het is laat, koud en nat, vooral heel nat. Verbazingwekkend, wat een goede gesprekken je in zo’n situatie toch kunt hebben met elkaar…
‘Ik zal nu wel blij zijn als het Leger des Heils hier volgende week weer is met een paar vakmannen voor verdere renovatie.’
‘Je hebt meer aan een Leger des Dweils.’
‘Een dweilorkest hebben ze vast wel.’
‘En hopelijk ook een tranentrekker’.
‘Sommige mensen snappen niet wat wij hier zoeken… ‘
‘Nou, ik wel: een loodgieter!’
‘Het tweede jaar na een emigratie werd het lastigste, zei je? Dat belooft wat!’
‘En toch wil ik niet terug.’
‘Da’s de ontkenningsfase.’
‘Mooi trouwens, wat Jelle over die symboliek in ‘Lord of the rings’ zei.’
‘Jelle is een schat.’
‘Eh… Waar zit-ie eigenlijk nu wij hier aan het dweilen zijn?’

img_4952