15. Hiep, hiep…

Je kunt niet én kijkers krijgen én feest vieren, dus aan slingers doen we op Jeannette’s verjaardag even niet, de meeste cadeautjes komen wat later en de visite ook. Logisch. Een bijzondere dag is het tóch wel.

bon

We zijn nog maar net terug uit Oostenrijk en moeten nu eerst puinruimen, poetsen, wieden en grasmaaien. Willem waait aan om te feliciteren (en zich te laten feliciteren met zijn eigen jarige jongetje), maar een koffiepauze met deze brave zwager zit er niet eens in.
De hark, de stofzuiger en de dweil zijn slechts ternauwernood op tijd opgeruimd, maar het hele perceel is dan ook een plaatje, alles vol frisgroen blad en bloeiende bloesem, de hemel helderblauw, de zon stralend – een mooiere dag bestaat niet. Laat de kijkers maar komen.
Harold brengt Jeannette naar de redactie, waar inmiddels een stapel achterstallig werk wacht, en gaat met Rachel en Tobias ijs eten. Maria zit op school, Matthias met een hengel aan de waterkant en ondertussen – zo vernemen we vanuit Karinthië – bezoekt de Oostenrijkse bankdirecteur precies vandaag het ‘object’ in Zmuln waar wij vorige week op Hárolds verjaardag rondliepen.
Maar nu begint het wonderlijke van het verhaal: na een uur heeft de makelaar nog niet gebeld dat we weer naar huis kunnen. Na anderhalf uur nog steeds niet en na twee uur evenmin. Maria komt uit school fietsen, maar durft niet binnen te gaan voor het geval ze daar op vreemden stuit. Jeannette appt Harold. Harold belt Jeannette. Hebben we ons in de datum vergist? Zijn de kijkers niet komen opdagen? Vergeet de makelaar ons te bellen? Na nog wat gissen en dubben, belt Harold hem op met de vraag of we misschien een hotel moeten boeken.
De aap die uit de makelaarsmouw kruipt: de kijkers hebben een ongeluk(je) gehad en meneer zit met een beenwond in het ziekenhuis.

We gaan gewoon feestvieren. Met z’n vijven. In een super schoon en akelig keurig huis zónder kijkers. “Misschien zagen ze er geen been meer in”, oppert Harold. “Of we worden pootje gelicht, terwijl wij juist ons beste beentje hebben voorgezet.” En de voorkamer, die hangt opeens vol vrolijke ballonnen!

DSC_0175

 

14. Werken en wachten

Hoe het feuilleton afloopt, vragen veel mensen. Ah, dat zouden we zelf ook weleens willen weten!

Zaterdag zijn we na nog een paar prachtige, zomerse dagen in Tirol veilig teruggekomen in Lieren, waar de boomgaard uitbundig bloesemt. Moederdag bracht mooie verrassingen, zoals een verrukkelijke reep Oostenrijkse chocola van Maria, een prachtig houten hart met “Mutter” en “Vater” erop – door Matthias zelf bedacht en zelf gemaakt – en een leuke tekening van Rachel met een geweldig gedicht over poetsen en kijkers, over emigreren en kalmeren…

En verder…? Als het goed is, levert de makelaar deze week een plan in bij de bank. Als het goed is, bezoekt de bankdirecteur deze week ons droomhuis. Als het goed is, krijgen onze kopers vandaag kijkers. En als het goed is, heeft er ook bij ons morgen een nieuwe bezichtiging plaats (want zolang je onder voorbehoud hebt verkocht gaat dat gewoon door.)

Wij werken en wachten.

DSC_0170

DSC_0166

13. Happen!

Hap! doet een grote grijze hond in het bos achter de camping, en hij bijt een stuk uit Tobias’ oor. Het bloed druipt eruit. Veel aandacht kunnen we er niet aan besteden – zaken gaan voor de hond. Terwijl Dorien en Maria thuisblijven en medische hulp verlenen aan het arme hondenoor; moet de rest weer op reis naar Karinthië. Doel: een flinke hap uit de kluis van de bank halen voor de aanschaf & renovatie van het ‘spul in Zmuln’. We kunnen het niet laten: struinen eerst weer rond op dat spul voordat we om 15.00 uur een gesprek hebben met Herr Direktor Heinz van de Volksbank. Ook Herr Heinz heeft een doel met dit gesprek: hij wil ons leren kennen. Gelukkig is Heinrich, onze makelaar, erbij. Terwijl anderhalf uur lang de feiten en cijfers, plannen en ideeen, vragen en antwoorden over tafel vliegen tekent Matthias alvast de boomhut die hij in Zmuln  zou willen bouwen. Een hypotheek heeft-ie er niet eens voor nodig; ingewikkelde gesprekken in het Karinthisch ook niet.

boomhut
Spijkers met koppen kunnen er in dit stadium natuurlijk nog niet geslagen worden, maar als we eindelijk weer op de zonovergoten straten van Feldkirchen staan, zijn we toch een hele stap verder. Van katten in zakken houden ze in Oostenrijk niet, dat stelt ons gerust. Net als het feit dat Heinrich onze toekomst in Zmuln zonnig zegt in te zien, al staat er dan nog niets vast. Hij gaat nog het een en ander voor ons uitpluizen, terwijl Herr Bankdirektor de panden met eigen ogen zal bekijken. Wij reizen door stralend Karinthie terug naar Tirol, genieten onderweg van het berglandschap, van een gezellige maaltijd en wachten af… Mocht alles doorgaan, dan hebben we sinds vandaag in elk geval een naam voor de droomhuizen. Die kwamen zomaar bovendrijven, ergens ter hoogte van Spittal an der Drau.

DSC_0147

DSC_0156

12. Vragend je weg gaan

“Vragend je weg gaan”, luidde de titel boven het stukje in ons Bijbels dagboek dat uitgerekend gisteren aan de beurt was. De tekst van die meditatie voor 3 mei: “Zal ik (…) optrekken? Waarheen zal ik optrekken?” naar aanleiding van 2 Samuel 2:1. Allerlei grote en kleine gebeurtenissen doen ons deze dagen des te meer ervaren dat God de leiding heeft over ons leven.
Vandaag opnieuw de lange reis van zeker zeven uur naar Karinthië en terug. Dit keer voor een gesprek met de bankdirecteur. Spannend, já! Vooral nu we in Zmuln ons hart verloren hebben, zal het flink slikken zijn als deze droom niet haalbaar blijkt. Maar ook in dat geval mogen we weten dat het Goed is.

DSC_0127

Onderweg in Karinthie, eergisteren, 2 mei 2016

 

11. “Ik kan het niet aanzien!”

Met Harold en de eigenaar voorop lopen we omhoog naar het houten Almhaus. De dubbele deuren staan uitnodigend open. Matthias’ mond valt ook open, want in het portaal kijkt een reusachtige hertenschedel met gewei op ons neer. De imposante hal is ruimer dan de foto’s deden vermoeden, evenals de woonkeuken en de zitkamer. Overal oud hout, een juweel van een tegelkachel, een trap om ‘u’ tegen te zeggen.

Boven maakt Maria zoveel mogelijk foto’s van de slaapkamers. Zal één ervan op een dag de hare worden? Zij ziet het nog niet zo zitten. Matthias heeft vooral oog voor het opgezette Mürmeltier op het balkon. Totdat de vlizotrap voor de zolder naar beneden komt. Woonplaats van het huisspook? De eigenaar acht het goed mogelijk: “Er is daar in geen twintig jaar iemand geweest.”

Twee sobere badkamers, twee wc’s en, welja, een sauna binnen met een authentiek dompelbad buiten, overwoekerd en begroeid met mos… Een oeroude buitenbarbecue mag zich in de belangstelling van Harold verheugen. Uitzicht op de bergen in de verte, een klein dorpje in het dal en geen ander geluid dan dat van kwetterende vogels. Konijnenkeutels in het gras. Herten komen hier tot bij de voordeur, vertelt de eigenaar. Alles is overweldigend. Edgar waarschuwt dat ons nog veel meer te wachten staat.
Terug bij het appartementenhuis bevrijden we eerst Tobias. Het arme beest – dat we in alle opwinding glad vergeten zijn – tuimelt uit de auto en rent als een dolle over het grote gazon. Rachel sleurt hem mee naar een scheefgezakt speelhuisje: “Mooi hondenhok voor jou, Toob?” Tobias vindt alles mooi, ook het zwembad, waar nu alleen nog maar een grote, giftige salamander op de bodem zit, zwart met gele stippen. De kinderen zien zich er al in dobberen zodra het bad is opgeknapt en de salamander verwijderd. Ooit?

Iets hoger ligt de tennisbaan. Het enige vlakke terrein op dit perceel. Harold en Edgar richten er in de gauwigheid een minicamping in. In gedachten dan. De rondleiding door het appartementenhuis zelf laat zich niet navertellen.  Een stuk of – ja, hoeveel eigenlijk? – tien, elf (?) keukenblokken in oogverblindend bruin en oranje, vele tientallen bedden,  wc’s, badkamers in alle kleuren en maten, matrassen, meubels. Jeannette ontdekt zelfs een gemotoriseerde slee. (De anderen zien slechts een slee waarop een bosmaaier ligt…)
Al gauw hebben we geen idee meer aan welke kant van het pand we ons bevinden. “Ik heb een plattegrond nodig!” constateert Jeannette. “Die zul je dan zelf moeten maken”, antwoordt de makelaarsvrouw.
Aan een wand hangt een foto die het pension in betere tijden laat zien. Een zonovergoten idylle, met spelende kinderen in het gras. Luiken die goed in de verf zitten, een prieel dat niet vervallen is, vergane glorie. We blijven er lang naar kijken.

In wat eens een soort van gemeenschapsruimte geweest moet zijn, staan meubels en dozen met spullen hoog opgestapeld. Overal slingeren opgezette dieren en geweien. “Ik kan het niet aanzien!” jammert Matthias, de natuurverzamelaar, die thuis maandenlang moet sparen om één zo’n beestje in bezit te krijgen.

Stof, spinnenwebben en zelfs schimmel… Wat een werk zou hier verzet moeten worden, mocht dit echt van ons worden. Wat een geweldige uitdaging wacht hier voor degene die dit prachtpand in oude luister mag herstellen! Met de vijf maaiers die we tegenkwamen (voor iedereen een?), moet het in elk geval mogelijk zijn om het gras kort te houden.

DSC_0032DSC_0095

DSC_0081DSC_0066

 

 

DSC_0131

10. Zmuln staat niet op de kaart

Het giet als we vanaf de camping naar Karinthië vertrekken, de auto maakt een verdacht geluid en ‘Zmuln’ blijkt niet bekend te zijn bij het navigatiesysteem.

De tocht is er nauwelijks minder mooi om. Ergens middenin de Felbertauern belanden we van het ene op het andere moment in een sneeuwwitte wereld, alsof we via de betoverde kleerkast van C. S. Lewis regelrecht Narnia binnenrijden. (Reden voor Racheltje om te bekennen dat zij de achterkant van haar kleerkast ook weleens heeft ‘uitgeprobeerd’.)
Drieënhalf uur na vertrek kopen we aan de Wörthersee een gedetailleerde kaart van Karinthië. Waar Zmuln evenmin op blijkt te staan…
Gelukkig ontdekken we wel de namen van naburige gehuchtjes én een blauwe vlek die de Zmulnersee moet zijn. We zijn vijf kwartier te vroeg en besluiten eerst naar het huis te rijden om vandaaruit de omgeving alvast te verkennen.
Dat laatste lukt prima, het eerste niet. Een uur later dolen we nog steeds rond door ‘de omgeving’: een sprookjeslandschap – ondanks het grijze weer – met glooiende akkers, beboste bergen, kleine boomgaarden vol bloesem, vredige dorpjes, romantische kerkjes en kapellen, oude boerderijen, kastelen en ruïnes en vooral: géén Zmuln.
Eén keer wijst een bord ons de weg: Zmuln zou 2 kilometer achter ons liggen. We keren en rijden terug in een auto die steeds harder rammelt en verdacht trilt als we even stilstaan. Geen Zmuln. De tijd tikt door. 13.45 uur. Over een kwartiertje verwachten de makelaar en de eigenaar ons bij het pand.
Er loopt een oude boer met een kruiwagen langs het weggetje.
‘Kunt u ons zeggen waar Zmuln ligt?”
‘Wát?’
‘Weet u misschien hoe we in Zmuln komen?”
‘Waar???’
Jeannette duikt pen en papier op en schrijft de naam neer.
‘Ooooooooh Zmúln!’ roept de man op een toon van zeg-dat-dan.
Vanaf de achterbank klinkt gesmoord gelach.
‘Und er hat auch etwas’, constateert de boer droog, terwijl hij naar de motorkap van onze rammelende wagen gebaart. Dan vertelt hij dat we moeten keren, rechtsaf slaan en een kilometertje later nog eens rechts, da’s alles.
We rammelen weer terug. Achterin gieren de meiden: ‘Ooooooooh Zmúln!’ Dorien is de enige die het kan uitspreken zoals de boer deed.
13.55 uur. Geen Zmuln. Harold besluit de makelaar te bellen. We moeten richting Zweikirchen rijden, legt hij uit, totdat we rechts in het dal een donker veld zien, daar naar beneden en dan de berg op. Hij rijdt ons wel even tegemoet.
Daar gaan we weer, over de landweg die we nu zeker een stuk of zeven keer gehad hebben. In het dal rechts naast ons strekt zich een zwarte akker uit. Aan de overkant komt een auto naar beneden. Al snel staan we neus aan neus met makelaar Heinrich. ‘Rij maar door!’ roept hij uit zijn raampje. ‘Iets verderop zie je het vanzelf. Ik keer even, een eindje verderop.’
We pruttelen de helling op, een boslaantje in en dan staat daar een kolossaal appartementenhuis met ervoor de makelaarsvrouw, die we inmiddels kennen, en een oudere heer, die de eigenaar moet zijn. Tussen de bomen daarboven schemeren stukjes van een houten huis.
Eindelijk uitstappen.
Handen schudden.
Even op Heinrich wachten.
“Kon je het niet vinden?” informeert Harold meelevend, als de makelaar twee tellen later ook arriveert.

DSC_0077DSC_0031

9. Verrückte Holländer, denkt ’t hert

Windautal, vrijdagmiddag – De zon probeert de laatste restjes sneeuw weg te smelten, de bergtoppen blijven wit, de bomen zijn groen en de bergbeek is kristalhelder. In het water apporteert Tobias takken die Matthias voor hem weggooit, baadt Rachel pootje en bouwen Maria en haar vriendin Dorien een dam. Op de oever leest Jeannette een moeilijk boek en eet Harold worstjes van de Hofer. Hoe goed kan een mens het hebben?! Karinthië kan bij nader inzien best wachten, heel best! Laat het maar sneeuwen daar.

Jeannette legt ‘De schaduw van de wind’ terzijde, vraagt Harold om de autosleutel en loopt naar de wagen om haar quiltwerk te pakken. Daarna neemt ze weer plaats op de tuinstoel. De jongste vraagt op haar beurt om de sleutel. Ze wil een sneeuwpop maken en ergens in de auto moeten nog handschoenen liggen.

Uren later, na een copieuze maaltijd van gepofte piepers en geroosterde marshmallows rondom ons kampvuurtje willen we opbreken. Harold vraagt Jeannette of-ie de autosleutel terug mag. Jeannette vraagt Rachel waar de sleutel is. Die verschiet van kleur.

Waar heeft ze hem gelaten? In het bos op de helling waar ze een boodschap deed, dichtbij dat diepe gat? We gaan kijken. Tevergeefs. Bij de schommel? Nergens te bekennen. Is-ie op de bodem van de vuilnisbak terechtgekomen waar ze een papieren zakdoek in heeft gegooid? We vissen met een stok, maar vangen geen sleutel. Hij zal toch zeker niet in de bruisende bergbeek liggen?!

Matthias juicht: ‘We blijven hier overnachten! Zal ik nog wat op het vuur gooien?’ Maria kreunt dat haar jas in de auto ligt. Het begint nu inderdaad aardig af te koelen. Dorien blijft opmerkelijk stil. De omgeving wordt met een fijn kammetje uitgekamd, terwijl de schemer valt. Tobias krijgt een spoedcursus sleutels zoeken. De wind steekt op. Heeft onze telefoon hier eigenlijk bereik? Komt de Wegenwacht ook op zaterdagavonden helemaal achterin het Windautal?

Plotseling weergalmt een juichkreet van Jeannette door het dal. Gevonden! Aan de voet van een boom die op zijn beurt weer aan de voet van een helling stond die eerder op de dag door Rachel beklommen is… Jeannette hat es geschafft! Triumpherend hält sie die Schlüssel in der Luft. Begeistert jubeln wir am Ufer der Bergstrom.

“Verrückte Holländer”, denkt het hert een eindje verderop in de schaduw van een boom…

DSC_0003-Blog foto 05DSC_1223 Voor blog 01DSC_1211-Voor Blog 04

DSC_1216 Voor Blog 03

DSC_1218-Voor blog foto 06DSC_1232 Voor blog 02

 

 

 

 

8. Behoorlijk verbouwereerd

„De bezichtiging kan niet doorgaan”, zegt de makelaar aan de andere kant van de telefoonlijn.
Wát?!
Het is donderdagmorgen, minder dan 24 uur voordat we ein-du-luk naar Karinthië hopen af te reizen, en o, wat hebben we een zin, en o, wat zijn we benieuwd.
Maar de Oostenrijkse lijn die binnenkomt in onze Tiroler stacaravan dreigt roet in het eten te gooien…
Makelaar Heinrich* klinkt behoorlijk verbouwereerd. Zoiets als nu heeft-ie nog nooit meegemaakt, beweert hij. Op een toon alsof hij het zelf nog nauwelijks gelooft, vertelt hij dat Karinthië ondergesneeuwd is. In de wijde omtrek zitten mensen zonder stroom. Bomen (die al volop in bloei staan) vallen bij bosjes om onder het gewicht van de witte laag. Op zijn parkeerplaats liggen er ook twee. Het verkeer staat stil.
Gasten die hij in zijn vakantie-appartementen verwachtte om daar de meivakantie te vieren, deden vier uur over de laatste dertig kilometer, zegt Heinrich. Het zit er niet in dat hij óf de verkopende makelaar óf de eigenaar morgen rond het middaguur in Zmuln kunnen zijn.
Vertwijfeld kijken we elkaar aan. Karinthië, dat was toch die streek met het mediterrane klimaat? Dat zonnige zuiden met z’n lange zomers, z’n zwoele avonden, z’n warme meren?
We kijken op de kalender: het is volop voorjaar: 28 april 2016.
We kijken op internet: het staat er echt: Schneechaos in Kärnten!
Een paar uur later gaat de telefoon opnieuw. Maandag kunnen we in Zmuln terecht. Maandag 2 mei. Dat zou weleens een bijzondere 47e verjaardag voor Harold kunnen worden; en een ongewone 14e trouwdag voor ons allebei.

*Omwille van de privacy zijn sommige namen gefigneerd

6. Betonrot & houtworm. Of niet?

Jaaaah, we hebben iets op het oog in Karinthië. Nog één dag en we weten of het echt iets voor ons is. In gedachten heeft Jeannette het woonhuis & het appartementenhuis al ingericht, natuurlijk met veel antiek & roodwitgeruit. In gedachten heeft Harold de omheining van het weiland voor de koeien al geplaatst (bij voorkeur houtkleurige palen & metaalkleurig schrikdraad, dat zie je tegenwoordig meer) en hebben de kinderen het zwembad al tot de rand toe vol laten lopen.

YUMD58CR (2)

 

Het ‘object’ dat we dat we morgen hopen te bezichtigen, is iets met een heel oud houten woonhuis, iets met een apart gelegen appartementenhuis, iets met bos & weiland, een vervallen zwembad en een overwoekerde tennisbaan. Het ligt in het gehucht Zmuln, een kwartiertje rijden van Klagenfurt. Meer dan vijftig foto’s hebben we ervan gezien. Eén keer, twee keer, ontelbaar keren. Zmuln werd op Google Maps nog nooit zo vaak geraadpleegd als de laatste weken. In onze dromen werd het steeds mooier. Maar vervelend genoeg wijken dromen soms van de werkelijkheid af. Hoe ligt het perceel echt? Hoe groot is het precies? Wat is de staat van de woning, wat die van het appartementenhuis? Staat de boel niet op instorten? Loopt er geen snelweg langs, ligt er geen vuilnisbelt in de buurt, houden de buren er geen bordeel op na? Betonrot zie je niet op de foto’s, hoe vaak je ze ook bekijkt. Houtworm ontdek je niet met Google Maps, hoe sterk je ook inzoomt [Zmuln zien in Google Maps]

Interieur woonhuis

Foto die we kregen van het woonhuis. Van het appartementenhuis ontvingen we wonderlijk genoeg geen plaatjes. Dat zal wellicht zo z’n reden hebben…?

 

Morgen is het zover! Dan zullen we erachter komen hoeveel onze dromen van de werkelijkheid afwijken. Dan gaan we eindelijk Zmuln in het echt zien. Het aftellen is begonnen. 24 uur nog… Spannend!!!