63. Haus Einsamkeit herleeft

Terwijl we het appartementenhuis stap voor stap klaarmaken (leeghalen) voor de renovatie, vinden we nu en dan iets terug van de geweldige geschiedenis van het gebouw. Heel blij zijn we met alle gastenboeken, die nog gewoon in de ‘Aufenthaltsraum’ blijken te liggen. Onder het stof en lichtbeschadigd, maar toch… De verhalen van vakantiegangers uit allerlei landen vertellen over zonovergoten, gelukkige zomers in Zmuln. Velen keerden jaar na jaar terug. Het succes lijkt vooral te schuilen in de persoon van Heinrich Ragossnig, wiens zoon het huis aan ons verkocht. Meer dan veertig jaar lang kwam hij elke zomer ’s ochtends vanuit zijn woonplaats Klagenfurt rijden met verse broodjes, melk en kranten om zijn gasten te verwennen. Overdag organiseerde hij regelmatig bergtochten, ’s avonds barbecues. Wie vertrok, werd door ‘Heinz’ met een witte zakdoek nagezwaaid.
Dat hij een markante persoonlijkheid geweest moet zijn, blijkt ook uit de verhalen die wij horen van mensen in de omgeving. Een ‘Kunstler’ noemt onze elektricien hem. En dat is precies de indruk die beide huizen van hem geven. Met veel fantasie en zonder veel vakmanschap zijn ze door Heinz gebouwd en uitgebouwd.  Ons woonhuis bijvoorbeeld, een houten Bauernhaus, is destijds door hem -illegaal- opgericht uit oude materialen. In de ene balk kun je dan ook het jaartal 1844 tegenkomen, in een andere staat 1982. De prachtige trap moet meer dan driehonderd jaar oud zijn en uit een historische herberg komen.

Het appartementenhuis is aanvankelijk een klein boerenbedoeninkje dat Heinrich Ragossnig in 1949 erft van een oom, maar dat al sinds 1904 in bezit van de familie is. Aangezien Heinz geen geld heeft om het op te knappen, gebruikt hij het als weekendhuis.

1949

Totdat er in de jaren zestig een pater langskomt die de plek zo prachtig en rustig vindt dat hij Heinz een voorschot van 30.000 shilling aanbiedt om er een vakantiehuis van te maken. De pater mag  hier voortaan gratis de zomers doorbrengen en verdient op die manier zijn voorschot langzamerhand weer terug. In 1964  arriveren de eerste zomergasten.

61171660

Ze blijven komen. Heinz breidt het huis stap voor stap en op zijn manier uit met een zijvleugel en later een bovenverdieping. Er komt een tennisbaan bij, een zwembad en een nog ‘einsamer’ gelegen houten huis, iets hoger aan de bosrand achter het appartementenhuis.

gastenboek-3

In 2004 wordt het 40-jarig bestaan van Haus Einsamkeit groots gevierd. Misschien is het bij die gelegenheid dat de luciferdoosjes gemaakt worden, die wij in allerlei hoeken en gaten van het pand tegenkomen?2004

lucifersdoosjes

Drie jaar later, in de zomer van 2007, herbergt het huis zijn laatste gasten. Heinrich Ragossnig overlijdt kort voor Kerst 2008 op 86-jarige leeftijd plotseling als hij onderweg is naar of van Zmuln. Zijn geliefde vakantiehuis staat negen lange jaar leeg voordat wij het in het voorjaar van 2016 dankzij een tip van de makelaar ontdekken.

gevonden-geld

In de kussens van sommige banken en stoelen zijn shillingen achtergebleven. En een gulden.

sleutels

 

servies-1

Overal vinden we delen van prachtig serviesgoed.

 

 

cx75230[1]

 

62. Vliegende kasten

 

‘Hoe gaat het nu met jullie appartementenhuis? Zijn jullie daar al aan het klussen?’ vragen veel mensen aan Jeannette als zij met Rachel een paar dagen in Nederland is. Inderdaad wordt het tijd voor wat meer nieuws over het vakantiehuis dat we vanaf volgende zomer graag willen gaan verhuren. In de blogs van mei en juni hebben we al enkele woorden gewijd aan het haveloze zwembad, de overwoekerde tennisbaan, de vele oude keukentjes in oogverblindend bruin en oranje, gescheurde muren, hoog gras, verwilderd struikgewas, beschadigde plafonds, afgebladderde verf en tienduizend kilometer aan spinnenwebben. Wat ooit het prachtige, populaire Ferienhaus Ragossnig was – door de eigenaar trots Haus Einsamkeit genoemd – is een kolossaal spookhuis geworden, met kamers vol aftandse meubels, vochtige matrassen; wandtegels in kleuren die pijn doen aan je ogen; kapotte parasols; ledikanten, volgestapeld met serviesgoed; elf keukentjes; elf badkamers, elf toiletten; elf koffiezetapparaten; versleten gordijnen, lampen en dressoirs in jaren-zestig-stijl. Soms  doen we een leuke ontdekking – daarover een volgend blog – , maar het meeste van de inventaris kan jammer genoeg niet meer gered worden en tuimelt over de balkonrand op het gazon waar een flinke container staat te wachten.

interieur-1

interieur-2

interieur-3

interieur-4

interieur-5

img_3390

img_3853

img_3852

img_3849

 

 

 

 

61. Wat een gedoe!

Een week nadat we uit Karinthie zijn vertrokken, reizen we terug. Dat is althans de bedoeling. Opa, oma en tante Hennie zullen ook meegaan, om drie weken lang bij ons te logeren.
Jeannette heeft ’s ochtends nog een afspraak in Apeldoorn en we besluiten elkaar om 13.00 uur te ontmoeten bij Garage Pouw, waar onze Nederlandse auto moet achterblijven. In opa’s auto willen we dan met ons vijven – via het hotel in midden-Duitsland – terugrijden naar Oostenrijk, waar wij een andere auto hopen aan te schaffen.
Als de garagehouder aanzienlijk minder voor de auto biedt dan hij waard lijkt te zijn, ontstaat er een fiks probleem. De wagen kan niet mee terug (te veel gedoe met Oostenrijks kenteken, enzovoorts), maar tijd om hem elders te verkopen, is er eigenlijk ook niet meer. Toch maar naar een andere garage! besluit Harold via de telefoon vanuit Oostenrijk.
Zonder navigatie – die hangt al in opa’s auto – zwerft Jeannette door Apeldoorn, op zoek naar het bedoelde bedrijf. Ondertussen komt er een paniektelefoontje vanuit Voorthuizen: ‘Help! De accu is leeg. Wij worden nu eerst naar een garage gesleept, en komen dus later.’
Hoe bestaat het! Op het moment dat de familie met een aan alle kanten uitpuilende auto denkt weg te rijden, blijkt de wagen dienst te weigeren.
Dit geeft Jeannette in elk geval nog even tijd om naar de door Harold aanbevolen garage te zoeken. Als ze die eindelijk heeft gevonden, blijkt men daar alleen belangstelling te hebben voor auto’s die slechts een beperkt aantal kilometers op de teller hebben staan. Pech! Dus weer terug naar garage nummer 1, waar de familie in Voorthuizen inmiddels behoorlijk geagiteerd is aangekomen: de accu is weliswaar vervangen, maar de navigatie heeft hen een half uur lang heel Apeldoorn doorgestuurd behalve naar de plaats van afspraak… Onze auto blijft hier maar even achter tot er een oplossing is gevonden.
Twee uur later dan bedoeld verlaten we het land. Het is dan ook al ver in de avond, en donker, en koud, en nat als we bij het hotel aankomen, waar… de deur op slot zit!  Hoe we ook kloppen en aanbellen, het helpt niet. Dan maar opbellen. Helaas, mobiel één weigert dienst, mobiel twee is leeg, mobiel drie doet het om onverklaarbare reden ook niet. En dus zit er niets anders op, dan dat Jeannette in het stadje op zoek gaat naar een kroeg van waaruit ze het hotel opbelt. Ein-de-lijk kunnen we onze koffers de trappen opsjouwen en ons in een knusse vakwerkkamer op de bedden laten vallen. Hehe!
Kijk, van dat soort gedoe heb je dus geen last als je lekker blijft zitten waar je zit…:)!

img_3966

Zó gezellig, samen in een hotelletje:)

 

 

 

 

 

 

 

 

60. Terug in de tijd

‘Wil jij langs ons oude huis?’ vraag ik – Jeannette – aan Rachel.
Ze schudt haar hoofd.
‘Mooi. Ik ook niet!’
Samen zijn we voor het eerst terug in Nederland. Vréémd!

Als we langs Het Loo rijden, zegt Rachel: ‘Ik heb het gevoel dat papa gewoon daar in Lieren zit…’ We zijn op weg naar haar oude school, waar Rachel een dagje naartoe gaat om afscheid te nemen. Toen afgelopen juli de grote vakantie begon, wisten we namelijk nog niet dat we deze zomer al zouden kunnen vertrekken.  Daardoor heeft Rachel nooit afscheid genomen. Nu gaat ze alsnog gedag zeggen, bedanken en trakteren – om vijf fijne jaren af te sluiten. Alsof er niets gebeurd is, parkeren we bij school. Heel erg leuk om alles en iedereen weer te zien. Raar ook! Allebei hebben we de hele dag door een onwezenlijk gevoel. Het is alsof er iets niet klopt. Alsof we even zijn terug gestapt in de tijd.

Terwijl Rachel nog een laatste keer van Nederlandse lessen geniet (en overladen wordt met cadeautjes en kaarten), leg ik in recordtijd een reeks van twaalf bezoekjes af. Heerlijk, om weer te zingen met ds. Marchal. Super fijn, om vriendinnen weer te zien. Aan het eind van de middag gaan we naar oma Wilbrink. Het lijkt een beetje spannend: terug in Lieren, ons vorige huis staat om de hoek… Maar als we er zijn en we vanzelf een glimp van Molenakker 4 opvangen, merk ik dat er echt wat veranderd is. Het is fijn om terug te zijn, goed om te ervaren hoe enorm veel mooie herinneringen hier liggen. Maar ons THUIS, dat staat nu toch echt ‘in der Zmuln’!

img_3894

Ook onderweg – in een oud Duits vakwerkhotel in een oud Duits vakwerkstadje – moet Rachels dagboek natuurlijk bijgehouden worden…

 

img_3900

Verrukkelijk Fruhstuck!

 

 

img_3905

En weer dagboek-schrijven, nu in de kamer waar mama de eerste twintig jaar van haar leven sliep – en dagboeken vol schreef…

 

 

img_3929

Zondagmorgen mag Rachel bij het orgel zitten, waar Annemieke de dienst in de Dorpskerk van Voorthuizen begeleidt.

 

 

IMG_3932.JPG

Opa heeft instructies meegegeven…

 

 

 

 

 

59. ‘Hallo, ich bin Rachel’

 

Als we het niet dachten…! We wonen in het mooiste land ter wereld. Er gaat niets boven Oostenrijk, nergens is het mooier en fijner. Dat vermoedden we natuurlijk al, maar deze morgen horen we het nog eens duidelijk uit de mond van heel veel kindertjes op de Volksschule in Liebenfels:). Hier wordt alvast feest gevierd vanwege de ‘Nationalfeiertag’ van morgen: ter herinnering aan 26 oktober 1955, toen de laatste geallieerde troepen zich uit het land terugtrokken. (Oostenrijk werd na de Tweede Wereldoorlog 10 jaar bezet door de geallieerden.)
In Dirndles en Lederhosen verschijnen leerlingen en leerkrachten op het toneel, ze zingen volksliederen en voeren allerlei leuke sketches op waarmee ze laten zien hoe blij ze zijn met hun goede vaderland en hoe trots op hun cultuur. Natuurlijk is ook Herr Burgemeister aanwezig en speelt Herr Direktor, Rachels meester, weer enthousiast op zijn gitaar terwijl hij uit volle borst zingt. Kinderen die van elders komen, vertellen daarover ook iets. Rachel – zie video- : ‘Hallo, ich bin Rachel und komme aus Holland.’ Waarom ze naar Karinthie is gekomen, wil een klasgenootje weten. ‘Meine Eltern sagen, dass in Österreich die Berge so schön sind’, legt Rachel in keurig Duits uit.
Het is een vrolijke, gezellige en mooie morgen. Heel erg leuk om mee te maken! En wat grappig om ook Rachel tussen al die kinderen te horen zingen:

Manchmal denk ich: Was wär wohl gewesen, wär ich in einem andern Land geboren? Es wär wohl alles ganz anders geword’n! Ich wäre niemals im Wörtersee geschwommen, wäre niemals nach Liebenfels gekommen, hätte niemals die Glan gesehen.

dsc_0888-2klein

naamloos

dsc_0889-klein

 

dsc_0907-klein

 

dsc_0890

Tweede leerling van rechts is Rachel

 

 

 

img_3886

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

58. Op bezoek

img_3805

Een gezin uit de kerkelijke gemeente die we zondags bezoeken nodigt ons uit om na de dienst te komen eten. Er wacht een verrukkelijke maaltijd met vlees en vis van de grill, groenten uit eigen tuin, zelfgemaakt sap en zelfgemaakt kastanje-ijs. Daarna wandelen we in de zon met uitzicht op de sneeuw. Hoog rijzen de Dobrach, de Gerlitzen en de Karawanken voor ons op. Onvergetelijk in alle opzichten.

img_3803

img_3792

img_3786

img_3802

img_3813

 

img_3834

img_3806

 

57. Gouden bergen

eshuis-3

‘U die via duizend wegen ons hier samen bracht’, zingen we na de maaltijd. Het is zondagavond en we zitten met ons twaalven aan tafel. Inderdaad, over duizend wegen bij elkaar gebracht: zes Eshuisjes uit Klarenbeek, Amélie uit Klagenfurt en wij vijven via Lieren uit Zmuln. Onze vrienden Leon & Gerda brengen met hun kinderen een deel van de Hollandse herfstvakantie bij ons door. Leon arriveert met eigen auto; Gerda en de kinderen komen per trein aan.

eshuis-2-daar-zijn-ze

Hauptbahnhof Klagenfurt, zaterdagmiddag 15 oktober 2016. Daar zijn ze!

We genieten van hun aanwezigheid, van de gezamenlijke kerkdienst, van een prachtige wandeling op de berg achter ons huis, van samen praten, lachen en eten. (Behalve dan van die monchoutaart met… knoflook!)

2016-10-24-photo-00000006

Wandeling op de berg achter ons huis

2016-10-24-photo-00000010

dscn1918

Als we op de laatste avond dat de Eshuizens in Oostenrijk zijn aan tafel zitten, constateren we dat we exáct twee maanden geleden ook gezamenlijk zaten te eten: toen bij hen in de tuin, terwijl het ónze laatste avond in Nederland was (zie eventueel blog 34).

Rachel en Christa, dolblij dat ze elkaar weer zien, gaan samen twee dagen naar Rachels school en spelen uren bij het appartementenhuis waar ze -zelfs in de stromende regen- een compleet decor inrichten van alle rommel die klaar staat voor de container. img_3724Tsja,  die stromende regen… Het weer werkt niet mee. Nat en grijs is het. Nat en grijs blijft het, op een enkel uur na. Van de schitterende bergen rondom valt weinig te zien. (Er zit niks anders op, lieve mensen, jullie zullen terug moeten komen als de zon weer schijnt!) Leon & Gerda wijden er onderstaand blog aan:

Ze waren ons beloofd… die gouden bergen! ‘Geweldig mooi!’ ‘Dat moet je zien!’ ‘Als ik uit de supermarkt stap, kijk ik uit op de bergen, ik blijf me verwonderen…’ Dat leek ons ook mooi! We wilden het graag zien! Toen wij uit de supermarkt stapten, konden we niet verder zien dan de weg ervoor. Niet iets om je over te verwonderen…

‘In Slovenië zijn ze ook, die prachtige bergen! Die moeten jullie ook gaan zien! Stap net als ons op een mistige regenachtige dag in de auto en rij gewoon de grens over. Mooi!’
Wat hebben we ons verwonderd! En deze bergen zijn echt van goud. Prachtig gekleurd door de herfst in geelgoud en roodgoud. Maar op de top, 2000 meter hoog, waar niets meer groeit zagen we…. NIETS. De mist leek ons te achtervolgen.

Op weg, vanuit de bergen naar ons vlakke land, zagen we ze af en toe, die bergen. Maar
vaak zaten ze verstopt achter prachtige witte en grijze wolken die ons
(gelukkig) ook één keer verrasten… We hadden sneeuw!
Het ging helaas snel bergafwaarts en toen kwamen we wéér van de sneeuw in de drup. Hier liggen we dan, met z’n zessen, in een hotel in een klein oud lieflijk stadje in Duitsland, toch nog nagenietend van ons avontuur in de bergen.
Dromen gaan we… Van die gouden bergen!

eshuis-5-vier-schatjes-op-de-bank

eshuis-4

dscn2137

 

dscn2140

DSCN2157.jpeg

Bijna boven (op 2000 m)

dscn2151

Hoera, op de top! Eh… hoera?

 

 

 

56. Matthias vertelt…

dsc_0618Wat kun je je nog meer wensen? Tussen de boomstammetjes van de hoge jagershut waar we in zitten, kijken we naar het panorama dat zich voor ons uitstrekt:  De maïsvelden, als lappendekens de heuvels toedekkend tegen de komende winter. De smalle bochtige weggetjes slingeren door de avondschemering totdat ze achter de heuvels verdwijnen. In de verten zijn de lichten van het kerkje al ontstoken. Ergens in de bossen blaft een ree. Deze avond zijn Maria en Matthias, hopend een paar reeën te spotten, hoog en droog in een oude jagershut gaan zitten. Bij de rand van het maïsveld is nog geen beweging te zien. Ergens op een smal landweggetje wandelt een eenzame voorbijganger, genietend van de avondschemering. Doorkijkend op deze voorbijganger, merken ze opeens dat het een bekende is. Hier en daar loopt hij naar de berm toe, snuffelt even, en tilt zijn poot op. Hij is in het wit gekleed, loopt op vier poten, en blaft.
‘Zeg’, begint Maria, ‘dat witte sujet daar, op dat landweggetje, ken ik die niet ergens van?’ ‘Zou kunnen’, antwoordt Matthias, ‘maar als hij is, wie ik denk dat hij is, hoort hij hier absoluut niet te zijn!’ Want inderdaad, 300 meter bij ons huis vandaan loopt, in het ‘centrum’ van Zmuln (drie huizen), eenzaam en alleen de hond van de familie Wilbrink. ‘Ach ja’, zegt Maria, ‘als we er naartoe gaan, kunnen we naar onze reeën fluiten. Tobias gaat wel naar huis.’ Dus blijfen we op ons heerlijke plekje zitten, wachtend op het donker. Zo nu en dan suist er een vleermuis voorbij. Intussen is Toob achter het maïsveld verdwenen. Even later horen we geritsel in het veld, na een tijdje zien we in een flits de zwarte, het is inmiddels donker, contouren van een groot ree. We knippen de zaklamp en en zien 2 reeën wegspringen, het maïs in.
Als we het even later voor gezien houden en naar beneden klimmen, krijgen we het plan om nog even langs het maïs te lopen, naar een paar open plekjes. We komen voorbij het huis van onze buurvrouw. Haar hond begint te blaffen en zelf komt ze ook naar buiten. We proberen haar duidelijk te maken dat “wir Rehen und Hirschen suchen”. Vervolgens begint zij over onze hond, die hier naartoe “lauft”en “das Wald” in gaat. En…. dat de jager Hunden und Katze afschiet zodra ze in zijn Wald komen…! Ze had de Hund vanochtend nog naar ons huis gebracht, maar die was weer terug komen lopen.
Dus we zijn maar, terwijl het steeds kouder werd, gaan zoeken. Uiteindelijk hebben we de moed maar opgegeven, en zijn in de hoop dat Tobias al thuis was maar naar huis gegaan.
Onze buurvouw “wunchste uns zu das der Hund zu Hause war”.  Daar aangekomen kijken we alvast door het raam naar binnen. Geen Toob… Vol gedachten over een jager die op dat moment zijn vinger op de trekker legt met een hond op het vizier trekken wij de deur open. Het eerste wat horen is… het blaffen van onze eigen Tobie! En zo eindigde dit avondje wild kijken tegen de warme kachel aan, met een springlevende hond tegen onze voeten!

 

55. Eigner Herd…

Opeens is het herfst. Vooral de avonden zijn plotseling flink fris! ’s Nachts vriest het licht en op de bergen in de verte zien we vanuit onze ramen al sneeuw liggen. Waar zouden we zijn zonder onze geweldige, traditionele Kachelofen?!

dsc_0816

Aan de ene kant verwarmt hij de hal, aan de andere kant de eetkamer en woonkamer.

eigen-haard

Er past heel wat hout in, en als-ie eenmaal brandt, blijft hij wel 24 uur lang warmte afgeven.

eigen-haard-2

Daar hoort warme chocolademelk bij!

dsc_0815

Lievelingsplekje van kleine knuffels.

 

 

eigen-haard-3

56. Ouderavond

“Mag ik vragen wat u met uw mobiel aan het doen bent?’ vraagt de mentrix van Matthias aan een van de aanwezige vaders. Ze onderbreekt er haar toespraak voor. De man mompelt wat over ‘iets opschrijven’ en legt zijn toestel gauw weg.
Oeps, het verschil met een ouderavond ‘thuis’ is meteen zichtbaar hier op de middelbare school in Sankt Veit. Gemiddeld genomen en zo op het eerste gezicht lijken orde, discipline en gezag toch wat meer de nadruk te krijgen dan we in Nederland gewend waren.
Vriendelijk, maar duidelijk houdt de docente haar verhaal over de klas en het komende schooljaar. De toon is positief, de inhoud betrokken, de houding enthousiast. Aan het eind kunnen de aanwezige ouders vragen stellen, dat is het dan.
En al die Wilbrinken, Stufkens en Hertgers die we thuis tegenkwamen op dit soort avonden, die zijn in geen velden of wegen meer te bekennen… Hier lijken de mensen vooral Leitner te heten. En Egger.

Buiten het lokaal staat een vader naar de deur te kijken. Er hangt één tekening op. Die is van Matthias. Wow! De lerares en de klas zijn onder de indruk van zijn tekentalent en verder doet hij het ook prima, maar leuk vindt hij het vooralsnog niet echt op school. Hij baalt ervan dat hij niet goed met zijn klasgenoten kan praten, en de lessen duren lang omdat hij het meeste ervan niet volgt. Hij moppert op ‘die lui bij Babel’ die ons de spraakverwarring hebben aangedaan, hoewel de Oostenrijkse dominee die gisteravond bij ons at, uitlegde dat ook de talen een creatie van de Schepper zijn en dus toch echt een geschenk uit de hemel.
Gelukkig vindt Matthias het vak DAZ –Deutsch Als Zweitsprache– wel heel leuk, en dat krijgt hij momenteel maar liefst acht uur per week. Verder geniet hij thuis uitbundig van de ruimte en de

2016-10-06-photo-00000052

Blij met buit uit eigen bos: schedel en hoefje

natuur: een kreupel reeënjong dat hij op anderhalve meter afstand weet te naderen; een schedel en een hoefje die hij in ons bos vindt; hagedissen en hazelwormen; eekhoorns rondom het huis; een bonte specht in de tuin; een vos die oversteekt.

Harold volgt ondertussen in een ander lokaal de ouderavond bij de mentrix van Maria, die zo ongelooflijk rap Karinthisch praat dat hij na afloop in de auto kreunt: ‘Als ik er 10 procent van verstaan heb, is het veel.’ Stilte. ‘Maar ja, zo belangrijk was het nou ook weer niet.’ Stilte. ‘Eh… dat denk ik tenminste.’ Stilte.’ Toch???’

In tegenstelling tot Matthias heeft Maria heeft het enorm naar haar zin op school. Laatst verzuchtte ze op een vrijdag: ‘Jammer dat het weekend is!’ En een week later: ‘Ik ben zo blij met mijn klas! Echt super gezellig!’ Voordeel voor haar is dat ze in Nederland al een jaar Duits heeft gehad en bovendien al een jaar lang met de middelbare school kennis heeft gemaakt. Voor Matthias is ook wat dat betreft alles hagelnieuw. Allebei doen ze enorm hun best, en leren ze deze week zelfs een compleet gedicht van Theodor Storm uit hun hoofd hoewel dat voor hen als buitenlandertjes nog niet verplicht is.  Zodat het maar liefst vijf coupletten lang door ons huis gonst:

Herbst.
Schon ins Land der Pyramiden
Flohn die Störche übers Meer;
Schwalbenflug ist längst geschieden,
Auch die Lerche singt nicht mehr…

Hun docenten zijn zo trots op hen dat ze nu op hun beurt hun klassen een Néderlands gedicht mogen leren. Dat wordt iets van Annie M.G.Schmidt. Matthias declameert ‘De spin Sebastiaan’ en Maria ‘Wat is dát, mevrouw van Gelder? Hebt u beren in de kelder?’ De klas denkt dat het over bessen gaat. Erdbeeren bjvoorbeeld. Of Himbeeren. Of Heidelbeeren…

2016-09-27-photo-00000039

Na schooltijd in Sankt Veit

dsc_0814

Muisstil in huis: hier wordt een toets gemaakt voor het afstandsonderwijs.