dsc_0618Wat kun je je nog meer wensen? Tussen de boomstammetjes van de hoge jagershut waar we in zitten, kijken we naar het panorama dat zich voor ons uitstrekt:  De maïsvelden, als lappendekens de heuvels toedekkend tegen de komende winter. De smalle bochtige weggetjes slingeren door de avondschemering totdat ze achter de heuvels verdwijnen. In de verten zijn de lichten van het kerkje al ontstoken. Ergens in de bossen blaft een ree. Deze avond zijn Maria en Matthias, hopend een paar reeën te spotten, hoog en droog in een oude jagershut gaan zitten. Bij de rand van het maïsveld is nog geen beweging te zien. Ergens op een smal landweggetje wandelt een eenzame voorbijganger, genietend van de avondschemering. Doorkijkend op deze voorbijganger, merken ze opeens dat het een bekende is. Hier en daar loopt hij naar de berm toe, snuffelt even, en tilt zijn poot op. Hij is in het wit gekleed, loopt op vier poten, en blaft.
‘Zeg’, begint Maria, ‘dat witte sujet daar, op dat landweggetje, ken ik die niet ergens van?’ ‘Zou kunnen’, antwoordt Matthias, ‘maar als hij is, wie ik denk dat hij is, hoort hij hier absoluut niet te zijn!’ Want inderdaad, 300 meter bij ons huis vandaan loopt, in het ‘centrum’ van Zmuln (drie huizen), eenzaam en alleen de hond van de familie Wilbrink. ‘Ach ja’, zegt Maria, ‘als we er naartoe gaan, kunnen we naar onze reeën fluiten. Tobias gaat wel naar huis.’ Dus blijfen we op ons heerlijke plekje zitten, wachtend op het donker. Zo nu en dan suist er een vleermuis voorbij. Intussen is Toob achter het maïsveld verdwenen. Even later horen we geritsel in het veld, na een tijdje zien we in een flits de zwarte, het is inmiddels donker, contouren van een groot ree. We knippen de zaklamp en en zien 2 reeën wegspringen, het maïs in.
Als we het even later voor gezien houden en naar beneden klimmen, krijgen we het plan om nog even langs het maïs te lopen, naar een paar open plekjes. We komen voorbij het huis van onze buurvrouw. Haar hond begint te blaffen en zelf komt ze ook naar buiten. We proberen haar duidelijk te maken dat “wir Rehen und Hirschen suchen”. Vervolgens begint zij over onze hond, die hier naartoe “lauft”en “das Wald” in gaat. En…. dat de jager Hunden und Katze afschiet zodra ze in zijn Wald komen…! Ze had de Hund vanochtend nog naar ons huis gebracht, maar die was weer terug komen lopen.
Dus we zijn maar, terwijl het steeds kouder werd, gaan zoeken. Uiteindelijk hebben we de moed maar opgegeven, en zijn in de hoop dat Tobias al thuis was maar naar huis gegaan.
Onze buurvouw “wunchste uns zu das der Hund zu Hause war”.  Daar aangekomen kijken we alvast door het raam naar binnen. Geen Toob… Vol gedachten over een jager die op dat moment zijn vinger op de trekker legt met een hond op het vizier trekken wij de deur open. Het eerste wat horen is… het blaffen van onze eigen Tobie! En zo eindigde dit avondje wild kijken tegen de warme kachel aan, met een springlevende hond tegen onze voeten!