Frederik en Matthijs pakken hun ‘Super Swing’ weer in en kachelen vrijdagmorgen richting de Veluwe, waar Matthijs diezelfde avond nog een inleiding voor de jeugdvereniging moet houden…!
Ondertussen maken wij gauw negen nieuwe bedden op. Onze vrienden Raymond en Janette zijn onderweg om het weekend bij ons door te brengen én het Leger des Heils treedt aan. Maar liefst zeven handige jongens werpen zich in de strijd tegen de chaos.
We verzinnen het niet. Freek heeft het verzonnen, om precies te zijn. Freek is een Apeldoorner die als hulpverlener bij ‘het Leger’ werkt. Hij voelt er veel voor om met zijn mannen te komen klussen in ruil voor een vakantieweek voor deze zelfde club volgend jaar. Het lijkt te mooi om waar te zijn, maar het wordt werkelijkheid: behalve bulderende lachsalvo’s en akelig gevatte opmerkingen klinkt er de hele week overal op ons terrein gehamer en geklop en gezaag.
Wat we zelf nooit voor elkaar hadden gekregen lukt nu wel. Het appartementenhuis beschikt al snel over stromend water. In een van de badkamers wordt zelfs het ligbad in gebruik genomen. Met warm water. De lampen branden weer, het oerwoud rondom verandert geleidelijk aan in een tuin, de scheuren in de veranda worden gedicht en Harold en Jeannette hoeven niet meer via de slaapkamer van Matthias hun eigen slaapkamer te verlaten.
Het is een wonderlijke week die zich niet in woorden laat vangen. Elke dag zijn er ontroerende ontmoetingen met bijzondere mensen en hun aangrijpende geschiedenissen. Elke avond genieten we van een driegangenmenu om ú tegen te zeggen, dankzij de topkok die het Leger ook nog eens meebracht. Daar wordt dankbaar van genoten, terwijl de klussers hun belevenissen van de afgelopen dag delen en elkaar allerlei innige hartelijkheden toevoegen:’Jongen, jij hebt nu eenmaal het IQ van een bevroren visstick in paringstijd!’

Janette en Jeannette aan de Worthersee.







De veranda aan het begin van de week, en…

.. aan het eind van de week.

Koffietijd in de tuin.

Nog geen slot op de badkamerdeur? De heren hangen gewoon een stoel aan de deur als ze gaan douchen.

Exclusieve diners.


















Terwijl Jeannette loopt te genieten van het historische stadje Sankt Veit, waar al snel de morgenzon op de oude gevels valt, maken Maria en Matthias kennis met hun mentrix en hun klas. Allebei gaan ze naar de derde, zodat ze elkaar thuis kunnen helpen, heeft de directeur besloten. Maar om te voorkomen dat ze met elkaar Nederlands gaan praten, zitten ze niet in dezelfde klas. Na slechts één uurtje, klokslag kwart voor negen, zit deze eerste schooldag er alweer op, maar broer en zus weten genoeg: Maria vindt het ‘niet echt leuk’, Matthias, die in Nederland ook al liever ging vissen dan dat-ie op school zat, vindt het hier zelfs ‘vreselijk!’ Hij heeft geen woord van het Karinthisch verstaan en gaat ‘er ook nooit een woord van verstaan.’ Het vooruitzicht dat ze de volgende morgen met de klas moeten gaan wandelen, maakt de toestand er niet beter op.










‘Vandaag ben ik voor het eerst naar school geweest. Ik moest heel vroeg opstaan, want het begon al om acht uur, maar om half tien was het alweer afgelopen. Papa en mama hadden een kaart bij mijn ontbijtbordje gezet. Daar stond op: Der gute Hirte fuhrt dich sicher! Dat betekent: De goede Herder voert je veilig! Daar ben ik heel blij mee! We stapten in de auto en we gingen op weg naar school. Toen we bij school waren gingen we naar een grote hal daar waren heel veel kinderen. De jongste kinderen die voor de eerste keer naar school gingen (die waren al 6) hadden een puntzak met snoep van wel een meter!



