248. Donkere wolken

Het zit er eigenlijk al een paar dagen aan te komen. Toch loopt onze gezinsapp op deze vrijdag de 19e november over van de opgewonden berichten. Het begint met een krantenbericht dat Matthias onder schooltijd doorstuurt: ”Alle Zeichen stehen auf Lockdown”. Oftewel: Alles wijst op een lockdown.
”Én iemand positief bij de zelftest”, voegt hij daar nog aan toe.
Maria meldt dat haar leraar zegt dat ze alle schoolboeken mee naar huis moeten nemen.
”Mien”, tikt Rachel even later richting haar zus, ”is er nu vanaf maandag Schulschliessung of niet?” En kort daarna: ”D’r gaat Impfpflicht komen!!!”
Inderdaad, vaccineren wordt verplicht hier in Österreich. En daarmee staat in deze grote wereld die op haar grondvesten lijkt te schudden, ook ons kleine bestaantje hier weer op losse schroeven. Niet zo heel belangrijk als je het in die context bekijkt, maar een beetje wiebelig worden we er zo langzamerhand toch wel van.

Het begint – na een fijne, volgeboekte zomer – met een najaar vol verwarring. De chaos heerst, als ook hier tegen alle verwachtingen in, het coronavirus heviger om zich heen grijpt dan ooit. In de kranten lezen we tegenstrijdige berichten. Politici, medici en andere deskundigen beweren verschillende dingen – hoe zouden wij nog weten wat waar en wijs is… Van de mensen die we spreken, raadt de een overtuigend dit aan, de ander dat.
Niet-gevaccineerden belanden in de zoveelste lockdown, terwijl gevaccineerden kunnen nog gaan en staan waar ze willen. Een rare gewaarwording! We zijn blij dat de kinderen dit keer wel gewoon naar school mogen en goed in hun vel zitten.
Veel bekenden worden ziek, gevaccineerd en ongevaccineerd, maar niemand hoeft gelukkig naar het ziekenhuis. Hoewel er regelmatig medeleerlingen van Maria, Matthias en Rachel positief testen, blijft het virus vooralsnog buiten de deur van de Freudenhütte…

Op vrijdag 19 november besluit Oostenrijks regering dat het land vanaf maandag – vandaag – weer volledig in lockdown is. Én: dat iedereen hier per 1 februari gevaccineerd moet zijn.
Wat dit voor ons en voor Freudenhof concreet gaat betekenen, weten we nog niet. Bestaat de kans dat het ook voor vakantiegangers gaat gelden? Of is het waar dat voor hen alleen een test al voldoende is, omdat de toeristische sector niet nog meer klappen hebben kan? Zullen er vanwege deze onzekerheden zomergasten afzeggen? Kunnen we onze hypotheek dan nog betalen?
Tot twee keer toe verkeerden we de afgelopen jaren in onzekerheid over de vraag of we in het hoogseizoen zouden mogen verhuren. Het liep goed af. Hoewel we twee voorseizoenen en een naseizoen dicht moesten, overleefde Freudenhof.
We vermoeden dat de spannende dagen en slapeloze nachten nog geen verleden tijd zijn. Hoe het verder gaat? Echt geen idee! We hebben vorige week maar gewoon acht appelbomen geplant. En een peer. En een noot.
Advent is in zicht. Tijd van verwachten.

Von guten Mächten wunderbar geborgen,
erwarten wir getrost, was kommen mag.
Gott ist bei uns am Abend und am Morgen
und ganz gewiss an jedem neuen Tag

247. Een pijl onder je oor

Oké, dat ze met vier man rond je bed staan, alleen maar om een pijl onder je oor te tekenen, is misschien wat merkwaardig. En dat ze je een jurk en een paar lange, witte kniekousen aantrekken ook. Het zal die woke-gekte wel zijn, denkt Harold, terwijl hij zich alles gelaten laat welgevallen. Maar verder heeft-ie niks dan lof voor het ziekenhuis in Klagenfurt, waar hij zich donderdag om half zeven (!) moet melden om een operatie aan zijn linkeroor te ondergaan.

Hoewel Harold -positief als hij altijd is- de voordelen van een slecht gehoor immer benadrukt (‘Het meeste wat mensen zeggen is toch onzinnig’, ‘We zijn toch geëmigreerd voor de rust; een slecht gehoor helpt daarbij’), is het hem steeds meer gaan tegenstaan dat hij de vogels niet meer hoort fluiten, nauwelijks muziek meer kan luisteren en mensen uit de weg gaat om de moeizame gesprekken te vermijden.

De KNO-arts adviseert een operatie.

Natuurlijk is dat gesleutel in de buurt van je aangezichtszenuw en evenwichtsorgaan niet zonder risico. Daarom is de opluchting groot als de patiënt na twee uur weer bijkomt, kan knipogen naar de zuster en stabiel in zijn luxe ziekenhuisbed ligt. De menukaart -het lijkt wel alsof Harold ‘m net zo belangrijk vindt als het resultaat van de operatie- bevalt hem zeer en hij laat zich dankbaar verwennen. Over een tijdje moet blijken of het nieuwe gehoorbeentje dat er geplaatst is, echt gaat werken, maar op deze maandagmorgen hoort hij voor het eerst in maanden vogels fluiten…

246. Huwelijksreizigers!

Pure romantiek in Zmuln. Een kersvers bruidspaar doet Freudenhof aan. Marissa -oppas en huisvriendin in de tijd dat de kinderen nog klein waren- komt met Mukoya vanuit Namibië naar Nederland om daar te trouwen. Echt geweldig dat ze vervolgens een week bij ons doorbrengen. We wisselen emigratie-ervaringen uit, halen heel veel goede herinneringen op aan die mooie jaren in Nederland en hebben boeiende gesprekken over hun werk, waarmee zij zoveel kinderen die het moeilijk hebben tot zegen zijn. Dear Mukoya & Marissa, God bless you and your work, thank you so much for visiting us!

Mukoya & Marissa vlakbij Freudenhof.

245. Nul seconden spijt

Bijzondere dagen voor ons, in deze voorlaatste week van augustus. Niet omdat onze blonde, vierpotige allemansvriend Tobias bijna jarig is. Zelfs niet omdat vijftig jaar geleden de eerste McDonald’s in Nederland werd geopend. Nee, precies vijf jaar geleden verlieten wij Nederland voorgoed en arriveerden we met ons vijven op Freudenhof, dat toen nog Haus Einsamkeit heette.
Eenzaam was het er inderdaad, het is het laatste huiselijke huis aan deze kant van de Zmulnerberg. De plek en het huis gaven Jeannette de voorbije vijf jaren de rust & ruimte die ze in Karinthië hoopte te vinden, hoewel de rust met meer dan veertig gasten in de vakantieperiode een relatief begrip is. Harold is in Zmuln de angst kwijtgeraakt die hem in Nederland parten speelde om “hetzelfde werk te doen en in hetzelfde huis te wonen” tot aan het einde van zijn leven; hij heeft zijn avontuur in Zmuln gekregen. En de kinderen, die zouden er niet aan moeten denken om dit avontuur te missen.
Voor ons allemaal geldt dat we dankbaar zijn voor de prachtige omgeving én voor vele nieuwe mensen die we hier mochten leren kennen: gasten uit Nederland, de mensen van het Leger des Heils die ons de jaren door trouw hielpen, de broeders en zusters uit de kerk waarvan we lid zijn, de jongeren die hier weken, soms maanden doorbrachten en hielpen met duizend en een klussen en nog vele, vele anderen. Ze hebben ons leven verrijkt!

Die eerste reis naar Zmuln, vijf jaar terug, verliep niet zonder slag of stoot; de navigatie kende geen dorp Zmuln, dus deden we het zonder de aanwijzingen van de TomTom. Langer dan een uur dwaalden we door de zonovergoten omgeving zonder ons huis te zien. Raar eigenlijk, je eigen huis niet kunnen vinden… Uiteindelijk zagen we in het dorp Zweikirchen een bordje Zmuln, reden we langs maïsvelden, korenakkers en weiden met grazende  koeien heuvelopwaarts. Dáár was het!  

Wat we er precies aantroffen? Dat ligt er maar net aan aan wie je die vraag stelde. De meeste mensen zagen er indertijd misschien een mooie plek in om een middagje te picknicken, aan het einde ervan het picknickkleed uit te schudden en weer huiswaarts te keren. Sommigen zagen er een prima stuk bouwgrond in: alles plat schuiven, nieuw bouwen en je hebt een huis op een fantastische locatie. Wijzelf zagen niet zozeer aan wat voor ogen was, maar wat het zou kunnen worden. Van de ondoordringbare wildernis kon je best een mooie tuin maken, een hoekje met een schommel en wipwap voor de kinderen, een vuurplaats en een groot gazon. Het zwembad –destijds een haveloos gat vol kikkers, hagedissen en slangen– viel toch best nog op te knappen? En ja, het zwaar vervallen, vreselijk vochtige, met troep volgestouwde huis zelf zou ook wat aandacht vragen. Maar als we ons kwaad maakten, wie weet hoeveel er dan in korte tijd kon gebeuren, dachten we, terwijl Harold zich enthousiast in zijn twee linkerhanden wreef. Hoe naïef kun je zijn…

“Wahnsinn!”, noemde menige Oostenrijker het.

Het kostte inderdaad heel wat zweetdruppels, centen, denkwerk én veel hulp uit onverwachte hoeken om Freudenhof zover te krijgen als het nu is: een fantastische plek om vakantie te vieren, maar een nog veel betere plek om te wonen. En nee, het was niet alleen Freude die we hier gekend hebben, want niet altijd zat het mee. De renovatie van het zwembad bleek veel duurder dan gedacht, de Volksbank weigerde ondanks eerdere toezeggingen plotseling extra krediet te verstrekken, de planning van renovatiewerkzaamheden dreigde vaak uit de hand te lopen, omdat niet alle Karinthiërs gewoon zijn afspraken na te komen en de laatste (corona)winter viel ons ook zwaar. We zijn het allemaal te boven gekomen en genieten elke dag van elkaar, deze plek, onze vele gasten. Gott sei Dank!

Aankomst, augustus 2016…
Afscheid van gasten, augustus 2021. Wij blijven!

Teruglezen hoe ons die eerste dagen verging? Klik gewoon op een van de volgende links…

De verhuiswagen is er!

Twee weken in Karinthië, dat was…

244. Dit was de week…

… waarin Matthias 17 jaar werd. Zijn vijfde verjaardag hier in Oostenrijk. Het blijft bijzonder. Dit keer niet alleen vanwege de brunch met maar liefst drie Nederlandse logees en een etentje met gasten op de Magdalensberg, maar ook omdat we het feest de dag erop nog eens met bijna alle gasten aan het Lago del Predil vierden. De jarige maakte daar deze beelden.

Matthias’ 17e verjaardag. Met de gasten van Freudenhof naar een Italiaans meer.

243. Bladeren in het fotoboek van gasten

Morgenzon op het balkon.
Zinderende middagen in een stille tuin.
En dan, tegen de avond: terugkeer van de gasten die op avontuur zijn geweest.
De barbecue geurt,
geplons in het zwembad,
gejuich op het voetbalveld,
het pingpongballetje dat tegen de tennistafel tikt,
belevenissen die worden uitgewisseld.
Het vuur gaat aan.
Tijd voor de diepere gesprekken nu.

Als de kleintjes slapen, vertrekt de grote jeugd naar de Zmulnersee om daar rond middernacht naar vallende sterren te kijken en een rondje te zwemmen in het diepduistere water.

ZOMER IN ZMULN.
Wat ons betreft is er weinig heerlijkers.

Een greep uit de foto’s die gasten ons in de afgelopen maanden stuurden. Gemaakt op Freudenhof en in de omgeving. (Met dank aan de families Blankesteijn, Crum, Drost, Eggebeen, Hazenboom, Kole, Kuiper, Pul, Takke, Nieland, Verweij, Westra, Wijnja.)

242. Poetsen, verven, Thirty Seconds

“Het weggaan wordt wel heel moeilijk, vrijdag”, peinst Linde treurig. En ja, wij vinden het ook waardeloos!

Het jaar 2021 was nog maar net begonnen, toen Linde’s vriendin Anna een mailtje richting Freudenhof stuurde: “In de Terdege heb ik met veel plezier het vervolgverhaal Jenthe gelezen. Ik ben op zoek naar leuk vakantiewerk en moest meteen aan uw vakantiehuis Freudenhof denken. Zouden jullie baat hebben bij een vakantiehulp in de komende zomervakantie? Kan een enthousiaste vriendin van mij ook mee als er veel werk is?”

Nou, veel werk was er wel. En dus stapten Anna en Linde begin deze maand op de trein naar Karinthië. Hoe ze het presteerden om vervolgens bijna in Berlijn te belanden, dat blijft onder ons, maar ergens rond middernacht kon Jeannette dit mooie stel dan toch inladen op de Hauptbahnhof van Klagenfurt. De dag daarna zouden ze eigenlijk bijtanken van hun avontuurlijke reis, maar ze stroopten gewoon de mouwen op, trokken paarse laarzen aan en boenden mee op de bodem van het zwembad. Daarin zouden ze in de weken die volgden dagelijks een frisse duik nemen, maar niet nadat ze wéér een appartement grondig gepoetst, een stoel geverfd, blad geblazen, informatiemappen gevuld of ramen gezeemd hadden.

Ze verzetten bergen werk en verkenden tussendoor het land, namen de kabelbaan, de fiets en het supboard, trokken baantjes in vier van de vele meren hier en gingen mee op bezoek en naar de jeugdvereniging. Ze aten Schnitzel en Käsespätzle en Apfelstrudel en Kaiserschmarrn. Écht fanatiek werden ze bij de talloze potjes Thirty Seconds die we met z’n allen speelden. Die keer dat Anna in een halve seconde alle richters van het Oude Testament opratelde, vergeten we niet gauw. En nog minder al die momenten waarop Linde met zwaaiende armen de omschrijving van een nieuw woord formuleerde – om wéér een potje te winnen:(! Bedankt voor de mooie tijd, Anna en Linde! En alle Goeds!

241. Komen en gaan

Al wekenlang is het hoogzomer in Karinthië. Stil ligt de tuin in de warme middagzon. Behalve een dartelende vinder en een zoemende bij beweegt er weinig. Maar lang duurt dat niet meer, want zodra de schaduwen wat langer worden, rijden de gele nummerbordjes een voor een het terrein van Freudenhof weer op. Al gauw wisselen de thuiskomers hun ervaringen van de afgelopen dag uit. Verslagen van avonturen en allerlei aanbevelingen en tips gaan over en weer. In het zwembad klinkt geplons en gelach. De geur van avondeten zweeft uit een open keukenraam. Badmintonrackets komen te voorschijn en shutteltjes zoeven door de lucht. Enkele gasten schuiven de stoelen bij elkaar, ze kletsen tot in de kleine uurtjes.
Totdat de dag van vertrek aanbreekt. De achterblijvers vormen waar afscheidscomité. Goede wensen, groeten, bedankjes, een laatste zwaai.
Gelukkig hopen we verschillende van de gasten die deze dagen afreisden, over een jaar opnieuw hier te ontmoeten. Freudenhof leeft weer – en daar genieten de bewoners niet minder van dan de vakantiegangers!

239. Fik op Freudenhof

‘Kom’, zegt Harold op een mooie morgen tegen zichzelf, ‘de buurman beneden in Zmuln is flink aan het fikken. Laat ik die berg takken in onze wei ook in de brand steken; dan valt het minder op.’
Scheutje benzine erover.
Aanstekertje erbij.
‘Woeshhh’, doet de berg takken en Harold verliest bijna zijn 185 overgebleven haren. ‘Laat ik maar wel een beetje in de buurt blijven, want het gras is best droog’, neemt hij zichzelf voor.
Als hij even later in de schuur bezig is, komt Matthias eraan rennen, hij grijpt een emmer en draait de buitenkraan open. ‘Gaat niet helemaal goed, geloof ik’, roept hij. ‘D’r is al een heel stuk van de wei weg.’
Jeannette die deze opmerking door het open raam hoort, kijkt naar buiten en ziet tot haar verbijstering alleen maar rook. Terwijl de mannen heldhaftig met het bluswerk beginnen, trommelt zij Rachel uit bed en roept ze Maria te hulp. Twee tellen later zijn alle Wilbrinks in touw met emmers, bloemengieters en maatkannen water. Maria in haar kanten jurkje en op blote voeten. Rachel in badjas. Jeannette op haar sokken. Aangezien uitgerekend nú vier van de vijf kranen op de benedenverdieping van het woonhuis zijn afgesloten omdat de badkamer en het toilet gerenoveerd worden, moet een deel van het water van de bovenverdieping komen. Het vuur is sneller dan het bluswater. Angstaanjagend vlug kruipt het over het droge gras richting het appartementenhuis beneden en richting het woonhuis boven.
Hond Tobias zit in huis te bibberen, hond Boris ploft pontificaal middenin de rookwolken neer en bekijkt het schouwspel van zo dichtbij mogelijk met bijzondere interesse.
‘Ik ben voor de brandweer!’ zegt Maria vertwijfeld, terwijl ze verhit met de zoveelste emmer aan komt sjouwen. Harold springt in de auto om beneden een tuinslang te halen. Matthias rent de berg af en komt met twee brandblussers terug. Het werkt! Langzaam maar zeker wordt de kring van vuur kleiner. Freudenhof is gered.
Matthias zwaait met de tuinslang richting zijn vader en grijnst: ‘Zei u vanmorgen niet dat er maar weer eens iets gebeuren moest voor een blogje?’