Goed, zo’n chaos als het ooit was, is het niet meer. De wanden, plafonds en ruiten van Stube Fröhlich zijn gerepareerd. De vieze vloerbedekking is eruit getrokken, de krakkemikkige keuken gesloopt en vervangen, de douche en ook het toilet opnieuw betegeld, de muren zijn gesausd, de kozijnen en deuren geverfd.
Maar vakantie kun je hier bepaald nog niet in vieren en de eerste gasten hopen aanstaande zaterdag al te arriveren! Hoewel na bijna een jaar lang intensief renoveren de vermoeidheid bij ons begint toe te slaan, zullen we toch echt in vijf dagen tijd ook dit appartement moeten inrichten, aankleden en schoonmaken. Tel daarbij op dat het werk in het gezin en voor de redactie gewoon doorgaat, dat er vóór zaterdag ook in een ander appartement -Stube Glücklich- nog een heleboel puntjes op de i moeten worden gezet én dat de wasmachineruimte, het zwembad, het speeltuintje en de tuin klaargemaakt dienen te worden – en je voelt aan dat dit weleens een spannend weekje zou kunnen worden… Redden we het of redden we het niet?
Stube Fröhlich is het veranda-appartement. En zó troffen wij die veranda een jaar geleden aan…
De gang van het veranda-appartement een jaar terug.
Na heel veel maanden zijn we nu met z’n vijven in de Freudenhütte!
Afgelopen dinsdag vertrok Gerhard naar huis, voor het eerst in zijn leven zat-ie in een vliegtuig. Wat hij hier achterliet? Een heleboel zweetdruppels. Wat hij naar Nederland meenam? Een zak vol souvenirs. Daar is-ie op z’n klompen speciaal de snikhete binnenstad van Klagenfurt voor in geweest.
Dankzij Gerhard ging hier bij ons ook voor het eerst de Hollandse vlag uit, want tijdens zijn verblijf kreeg onze Barnevelder het bericht dat hij voor zijn examen geslaagd was!
Gerhard, het ga je goed, dank voor het véle werk dat je hier verzette en dank voor alle gezelligheid!
Af en toe afkoelen. Hard nodig! Hier bij de Abenteuer Wasserweg Liebenfels en …
… in de Trögener Klamm.
Op klompen dwars door Klagenfurt. En een bekijks dat-ie had!
We zijn over de helft, voor dit jaar tenminste. Drie van de vijf appartementen, die we nu in gebruik willen nemen, zijn klaar. Eind van de middag stapten de eerste gasten de drempel van Stube Friedlich over. Maar is het wel echt klaar? Nou, Harold heeft zojuist nog even het slot van het appartement moeten ontdoen van verfresten; de sleutel paste niet aan de binnenkant. We kennen natuurlijk allemaal de handigheid van Harold: dus dat klusje werd in anderhalf uur tijd geklaard. Hieronder de foto’s van Friedlich, zeker één van de vijf mooiste appartementen.
Het gastenloze tijdperk is ten einde! Na tien jaar zullen er vandaag -vrijdag 23 juni 2017- eindelijk weer ‘officiële’ gasten zijn in Haus Einsamkeit, alias Ferienhaus Ragossnig alias Freudenhof.
We vinden het allemaal een beetje spannend en onwezenlijk tegelijk. Bij tropische temperaturen werken Gerhard en Matthias zich nog één dag in het zweet om de tuin zo netjes mogelijk te krijgen. Maria en Rachel bakken appeltaart. Jeannette legt in vliegende vaart de laatste hand aan de inrichting van de keukentjes. De schilderes verft op de valreep het trappenhuis. Harold vertrekt wéér met een lading afval. En keert ermee terug, want het afvaldepot gaat vrijdags om 12.00 uur al dicht. Dan scheurt hij maar snel naar de winkel voor twee afwasteiltjes.
We rijden naar het gemeentehuis om inschrijfformulieren voor de gasten te halen en krijgen een stapel toeristische informatie mee met de wens: Viel Spass!
En dan arriveert de eerste Nederlandse auto. Tegelijk met een regen- en onweersbui én een mannetje van de gemeente dat vraagt of het klopt dat we geen water hebben… O nee, he! De bui is snel over en laat een piepklein beetje verkoeling achter. De kraan blijkt inderdaad even moeilijk te doen, maar daarna kan er gelukkig toch koffie gezet worden.
Op de veranda genieten we van de taart, samen met de allereerste gasten, die bijzonder genoeg ook onze allerlaatste gasten in Bed & Breakfast De Knusse Knapzak waren! Algauw komt ook het volgende echtpaar aan. Freudenhof is een feit!
Nu hebben zelfs de dominee en zijn vrouw zich bij de hulptroepen aangesloten… Het is maandagmiddag en nog altijd smoorheet als hun bestelbus voor Freudenhof stopt. Nauwelijks hebben we handen geschud of zíj tilt twee grote emmers vol poetsdoeken en schoonmaakmiddelen uit de wagen, terwijl híj een weids gebaar maakt en vraagt: “Was soll Ich machen?” Alsof ze niet net een uur of vier onderweg zijn geweest vanuit Tirol!
Kijk, dat soort dingen went dus nooit. We staan perplex. Hulp die zó hard nodig is en zómaar ongevraagd zich aandient. En hoe…! Natuurlijk zijn alleen de lastigste klussen nog over. Al die dingen die niemand anders in de afgelopen maanden kon oplossen… Dominee Detlef weet er raad mee. Hij kijkt, denkt diep na, experimenteert, repareert – en helpt al doende probleem na probleem uit de wereld. Alexandra boent en poetst ondertussen de hardnekkige sporen van maandenlang renoveren weg. Ze zijn er. En ze blijven. De hele week. Wat een wonder!
Ondertussen rennen ook de twee elektriciens weer rond; de Roemeense schilderes; klusjesman Erwin natuurlijk en onze Barneveldse vrijwilliger. A1 komt langs voor de Wifi; een aanhangwagen vol afval wordt afgevoerd; bij Ikea laden we twee stapelbedden en vijf matrassen in; de naaimachine snort; bessenstruiken worden geplant; de speeltuin ingericht. En het is warm, heel erg warm.
In de warmte wordt de laatste hand gelegd aan huis, tuin en speeltuin. En het gras… begint te groeien.
Maandagavond tegen zevenen. Elke minuut telt. En dus werken we door, al is het snikheet en al lang etenstijd. Juist als we eindelijk op het punt staan om naar huis te gaan, waar de meisjes pannenkoeken bakken, begint het plotseling verschrikkelijk te regenen. Vanuit het niets steekt er een wind op die de deuren van Freudenhof met een dreun dicht slaat. Bliksemschichten schieten door de lucht. De donder doet de ruiten trillen. Verbluft staren wij – natbezweet en van top tot teen onder verfvlekken en andere viezigheid – uit het raam van Stube Friedlich. Van het anders zo idyllische uitzicht is niets over. Een modderstroom bruist langs het weggetje naar beneden. De hele bosrand zwiept met geweld heen en weer. Er gaat een boom om. Hij ligt nog maar net plat in de wei van de buren als de tweede volgt. Wat zich verder naar achteren afspeelt, blijft onzichtbaar door het grijze gordijn van neerstortende regen. De herrie van water, wind en onweer is oorverdovend.
Van naar boven gaan, is nu geen sprake. Gelukkig kunnen we per mobiel contact houden met het woonhuis, waar de meisjes binnen zitten te bibberen en de jongens buiten op het balkon staan te filmen… De lampen gaan uit, weer aan, dan definitief uit.
Als de bui wegtrekt, blijven we heelhuids, maar zonder stroom en in een chaos van omgevallen bomen achter. Matthias racet op z’n mountainbike naar de drie huizen van Zmuln-centrum. Daar blijkt de hele buurt op straat te staan met een aantal brandweermannen. Vanavond hoeven we niet meer op elektriciteit te rekenen, zeggen ze. Morgenvroeg pas weer.
Elke minuut telt, maar de volgende ochtend kunnen we niet wassen of stofzuigen of zagen of boren. We willen inkopen doen, maar kunnen de juiste adressen niet vinden, want internet is onbereikbaar. De boiler doet zijn werk niet. De telefoons raken leeg en kunnen niet opgeladen worden. Het wordt elf uur, twaalf uur, één uur. De koelkast is warm van binnen. Hoe lang gaat het eigenlijk goed in een vrieskast zonder stroom?
Om half twee springen opeens de lampen aan, de vaatwasser gaat verder waar hij gebleven was, en de wasmachine komt op gang. Wíj springen een gat in de lucht. En gaan als een speer proberen de verloren tijd in te halen.
Sfeervol spelletje.
Douchen in het donker, zolang het water nog warm is…
Voor alle gasten die de komende zomervakantie hier op Freudenhof hopen door te brengen een paar indrukken van het openluchtmuseum in Maria Saal en de Magdalensberg. Twee plekjes waar we vanmiddag een paar uur doorbrachten om onze trouwe Hollandse helper Gerhard te midden van alle hectiek toch iets van de omgeving te laten zien.
Op ruim een kwartiertje rijden vanaf Freudenhof ligt het stadje Maria Saal…
… met het oudste openluchtmuseum(pje) van Oostenrijk.
Iets verderop rijd je langs dit kapelletje de Magdalensberg op.
Donderdagmorgen. In het dal klinkt een zwaar geronk. Het geluid zwelt aan, komt bergopwaarts. De koekoek staakt zijn lied. Een eekhoorn vreest voor zijn veiligheid en springt hoger in de boom. Tobias zet zijn haren overeind en gromt. Harold staakt zijn werk, leunt op zijn schop en kijkt nieuwsgierig, maar ook wat bevreesd, het weggetje af. Daar verschijnt een monsterlijke tractor. Het gevaarte is uitgevoerd in gele vlammen met draken en vurige paarden. De rook uit de glimmende knalpijp is zwart, het gebrul van de motor oorverdovend. Achter de tractor hangt soort maaimachine, denkt Harold. ‘Grüss Gott! Firma Stark’, roept de bestuurder nadat-ie uit zijn cabine is gesprongen. Op z’n Kärntnerisch vraagt hij wat er gefreest moet worden. Da’s waar ook, denkt Harold. Er zou gefreest worden. Wat het precies inhoudt, weet-ie niet. Maar dat zal gauw veranderen! Hij geeft wat vage aanwijzingen. De chauffeur roept iets van ‘Jetzt geht’s los!’, klimt op z’n trekker en geeft zoveel gas dat de ruiten in het appartementhuis ervan rinkelen. Een keienregen vliegt in het rond. Ontelbare stenen kletteren neer op de balkons. Harold zoekt dekking en kijkt van zijn schuilplaats z’n ogen uit. De ‘maaimachine’ vermorzelt alles wat op zijn weg komt: oude graszoden, onkruid dat tot deze ochtend nog welig tierde, verdwaalde stoeptegels, een oude composthoop, restanten van de vijftig grote vuren die we gestookt hebben. In gezwinde spoed wordt het oerwoud met grond gelijk gemaakt.
Opeens beginnen tractor en frees hevig te beven. De bestuurder kijkt beduusd uit zijn cabineraampje: de frees delft bij een groot brok graniet het onderspit. Grote keien, tegels, bakstenen vermaalt-ie zonder enige noemenswaardige moeite, maar graniet is zelfs voor dit apparaat andere koek. De chauffeur laat het er niet bij zitten en zet de frees nog eens op het stuk harde natuursteen. De frees knarst hevig; rookwolken omhullen de brullende tractor. Tevergeefs: het graniet geeft niet mee. Ook de robuuste stalen pijp van de oude wipwap, die in het onkruid verstopt lag, blijkt te veel gevraagd. Voor de rest wordt alles netjes fijngemalen en geschikt gemaakt voor een groene grasmat, zodat de gasten binnenkort over een frisgroen grasveld naar het zwembad, naar de speelplaats, naar de wasmachineruimte kunnen lopen.
31 graden is het.
3 weken duurt het voordat de eerste gasten komen.
Nu gaat het erom spannen. We werken van vroeg tot laat in de warmte. En we bellen voortdurend in het rond. Waar blijft het bestelde materiaal voor het zwembad? Wie kan een sleuf graven voor de waterleiding naar het washok? Hoe komen we aan een frees voor het gazon? We krijgen tips. Nemen 06-nummers in ontvangst, maar bellen tevergeefs. Wachten op beloofde telefoontjes. Die uitblijven… Beginnen zelf weer te bellen. Krijgen bij herhaling geen gehoor. Scheuren naar vier bouwmarkten voordat we eindelijk geschikte tegels vinden. Sjouwen met kilo’s spachtelpoets en cement en lijm. Moeten dan weer terug, omdat de meegekregen Schluter Schiene de verkeerde blijkt te zijn. De WiFi wordt geregeld. Vijf vergieten worden er aangeschaft, vijf theezeefjes, vijf prullenbakken, vijf waterkokers, vijf kapstokken, vijf… enz. enz. enz. We komen een paar pluggen te kort, kunnen een doos schroeven nergens meer vinden. Bij de bouwmarkten kijken ze inmiddels vreemd op als we een dag níet op komen dagen.
En toch is het leven goed hier in het zonovergoten Zmuln, waar de bloemen uitbundig bloeien en het bos geurt. Waar de vogels zingen en de reeën springen. Waar zomaar iemand aanwipt die jarenlang haar vakanties hier doorgebracht blijkt te hebben en daarover vertelt. Waar zomaar een paar Tiroler vrienden aanwaaien met wie we van een fijne avond en een vrolijk ontbijt genieten. En waar langzaam, maar zeker vakantiehuis Freudenhof een feit wordt.
En dan komt er opeens iemand langs die zegt meteen de volgende morgen het gazon te kunnen frezen.
En dan krijgen we opeens bericht van de vrienden uit Tirol die zeggen dat ze ons in de laatste week voor de opening graag komen helpen.
Ja, het leven is goed hier!
Daar komt de ketel die -via zonnepanelen op het dak- warm water leveren zal. Meer dan 250 kilo schoon aan de haak wordt naar het zolderraam gehesen.
Wat heerlijk dat de Jugend van onze Gemeinde opnieuw een hele (Hemelvaarts)dag komt helpen!
En gelukkig werpt het hele gezin zich in de strijd!
Een ingegraven tuinslang liep van de hoofdkraan naar de schuur. Nu komt er een heuse waterleiding.
Gerhard voorziet het balkon van een nieuw hek en -historisch moment- hangt de bloembakken op.
Wonen in de vrije natuur is niet alléén maar vredig en vreugdevol. Dat ontdekken we als Matthias en Gerhard (de jonge Barnevelder die ons momenteel helpt) een reekalf vinden. Het pasgeboren beestje ligt – met navelstreng en al! – in het hoge gras voor het appartementenhuis. Met een vertederend filmpje en een hartveroverende foto keren de jongelui naar huis terug. Maar dan begint de narigheid: Waarom ligt die kleine daar eigenlijk zo alleen? Heeft zijn moeder hem in de steek gelaten? Of… was ze wel degelijk in de buurt en heeft ze de twee menselijke wezens bij haar baby gezien? Komt ze dan nog wel terug?
Donkere wolken pakken zich samen. Het dal trekt helemaal dicht. De warmte van de afgelopen dag ontlaadt zich in een daverende donderbui. Het water stórt naar beneden. Droevig staren we uit het raam. Daar beneden ligt ergens een donzig reekalfje in de stromende regen. Pasgeboren en misschien wel zonder moeder. Zodra de regen minder wordt, gaan de kinderen voorzichtig nogmaals kijken. Hópelijk is de moeder bij het jong… Hópelijk zijn ze er samen vandoor… Hópelijk…
Maar helaas, het vondelingetje ligt nog steeds op zijn plekje in het hoge gras, kletsnat en – alsof het allemaal al niet akelig genoeg is – er blijkt een al even klein en kwetsbaar broertje of zusje vlakbij te liggen. Ook dat nog!
Een nieuwe bui barst los. De kinderen haasten zich met hun paraplu’s naar huis. We bellen een of andere boswachteres. Dat er mensen in de buurt zijn geweest, is inderdaad niet ideaal, maar reekalfjes liggen altíjd alleen’, stelt ze ons gerust. ‘Gewoon laten liggen. Hopelijk komt hun moeder hen af en toe voeden.’ Vrolijk worden we niet van dat hópelijk. En als we ’s nachts één oog open doen en de regen buiten horen vallen, zuchten we diep.
De volgende morgen staan we aan de rand van de wei. Er valt niets te horen, niets te zien. Maar net voordat we ons omdraaien, komt er plotseling een reeënrug omhoog uit het lange gras. Moeder is er!
Deze dag zien we haar regelmatig op die plek bij haar kinderen. En de zon schijnt op hun bolletje. Gelukkig maar! Matthias stelt van pure vreugde een geboortekaartje op:
Geboortekaartje Zmuln verheugt zich om u de geboorte van een nieuwe bergbewoner aan te kunnen kondigen! Deze middag rond een uur of 1, begon een nieuw leven, pril, jong, maar ongelooflijk mooi. Wij zijn dankbaar en verheugd (al is het niet eens een familielid) over deze geboorte, ondanks enkele bijkomstige moeilijkheden.