Een zwaar geronk rolt dinsdagmorgen over de heuvels rond Zmuln. Is het een vliegtuig? Een tractor? De motorzaag van een houthakker in het bos? Of… is het eindelijk ‘onze’ vrachtwagen? Gespannen turen we de heuvel af. In de verte zien we een rode tractor met een kar vol hooi hevig puffend het dal uit rijden. Jeannette krabt zich achter de oren. Jelle dist ter bemoediging al dagenlang verhalen op over verhuiswagens die in de fik vliegen en in ravijnen storten. Daarover lees je immers dagelijks in de krant… Er kan van alles misgaan en in die wagen zit wel ons hele hebben en hou’en.
We hervatten ons werk om en in het appartementenhuis. We banen ons met moeite een weg door het onkruid en proberen enige orde aan te brengen in de enorme hoeveelheid spullen waarmee het huis is volgestouwd. Alle bedden en toebehoren slepen we naar één vertrek en we maken ‘afdelingen’ in de recreatieruimte: een hoek voor de tafels en een hoek voor de stoelen, aparte plekken voor opgezette dieren, keukenapparatuur en het servies. Geleidelijk aan ontstaat een kringloopcentrum met een assortiment dat je zelfs in ‘De Schuur’ te Lieren niet vindt.

a37

We zijn deze dinsdagmorgen wakker geworden op de Tengghof in Arriach. Aan de deur hing een zak pas gebakken broodjes en croissants, in de vensterbank stond een kan verse melk. Voor gebakken eieren met spek zorgde Harold – en zodra alles op was, reisden we af naar Zmuln in afwachting van de verhuiswagen. Het koopcontract is weliswaar getekend, maar pas morgen kunnen we tekenen bij de bank. Betaald hebben we dus nog niet – in Oostenrijk werkt ook dit een beetje anders dan in Nederland. Gelukkig heeft de eigenaar ons bij de notaris toegezegd toch alvast een sleutel klaar te leggen. Die zou op beide huizen passen. Het woonhuis krijgen we helaas met geen mogelijkheid open, maar het vakantiehuis wel, zodat we gelukkig toch kunnen uitladen. Áls de verhuiswagen aankomt, natuurlijk…

De stilte wordt opnieuw doorbroken door het geluid van een motor. Dit keer is het de auto van een postbode die ons ‘gazon’ op rijdt. Wat moet die hier nou in de wildernis?! Even later komt Rachel de trap oprennen om Jeannette een envelop te overhandigen met een prachtige kaart van Paleis het Loo met goede wensen namen de hele familie Marchal! Bijzonder om zo op onze nieuwe stek de eerste, vertrouwde tekenen van ‘thuis’ te krijgen! En dan blijkt Harold beneden op de veranda te zitten met nog meer kaarten: van opa en oma, van mevrouw Zwaal en zelfs van iemand bij wie Jeannette slechts één jaartje in de klas heeft gezeten, maar die vol belangstelling de blog volgt. Dank allemaal, wat een mooi moment, die allereerste post voor ons!

a 37 post
Er klinken mannenstemmen. Een ervan kennen we maar al te goed, die is van neef Jelle, nagenoeg man, maar al wel beschikkend over een redelijk zware stem. Hij komt terug wandelen van de Zmulner See, waar hij met de kinderen is gaan zwemmen. De andere stem klinkt ons iets minder bekend in de oren, de taal des te meer: onvervalst Nederlands. We stuiven naar buiten. Daar is Appie, de chauffeur van de verhuiswagen! Hoe blij kun je zijn met de komst van iemand, die je vier dagen eerder nog helemaal niet kende! De verhuiswagen heeft Ap niet bij zich, die staat nog onderaan de heuvel. Eerst wil hij lopend het smalle, steile pad verkennen. Appie schudt zijn hoofd. Deze verhuizing krijgt een plek in zijn ‘persoonlijk geschiedenisboekje’, zo verzekert hij ons, smakelijk lachend.

De kop van de kabine verschijnt tien minuten later om de bocht vóór het appartementenhuis. De trekker en oplegger nemen op de smalle toegangsweg monsterlijke afmetingen aan. Telefoonpalen, hekwerk en bomen worden op luttele centimeters na ontweken. Ook het appartementenhuis ontsnapt op een haar na aan een aanslag met de tientallen tonnen tellende vrachtwagencombinatie. Na enig manoeuvreren staat de wagen pal naast de zijkant van het voormalig pension. Verder komt hij niet. Dit betekent dat we voor niets alle spullen voor woonhuis en appartement gescheiden hebben ingeladen én dat we alles voor het woonhuis zelf de berg op moeten zien te krijgen. Het is niet anders. De weg naar het huis blijkt echt te smal en te steil, de bochten erin zijn te scherp.

a37-4 (2)


Ap maakt de deuren open en we staan oog in oog met onze huisraad. Het geeft een gelukzalig gevoel dat onze eigen spullen zijn gearriveerd op de plek die ons de laatste maanden dierbaar is geworden. Merkwaardig dat je opeens zoveel waarde hecht aan die oude, verroeste bankschroef, aan die stoel met poten waaraan onze vorige hond fanatiek heeft zitten knagen, aan de winterbanden die altijd bij oma op zolder lagen, aan de brievenbus die aan het hek in Lieren was vastgeschroefd.
De appartementen aan de voorkant hebben we al ontruimd, zodat er plek is voor onze eigen spullen. Net als in Lieren vormen we een ketting, maar deze heeft wel wat minder schakels. Doos na doos wordt hoog opgetast. Het is heel warm en heel stil, totdat zowaar weer het geluid van een auto nadert. Dit keer komt het van boven, uit het bos. Het blijkt een houthakker te zijn, compleet met baard en bretels, die na een dag werken naar huis gaat. Onze verhuiswagen blokkeert zijn pad en Appie wil hem al gaan afsluiten en het weggetje weer een eind terug kruipen, maar de houthakker zegt: ‘Eerst helpen, dan pas verder!’
a37-2

Als we in de avond bij de Zmulner See willen gaan eten, zijn we Appie kwijt. We roepen en zoeken, maar de chauffeur blijft spoorloos. Misschien is hij al naar het meer gelopen? Ook daar treffen we hem echter niet. En dus gaat Harold weer terug. Appie blijkt lopend een ander pad te verkennen dan dat waarover hij gekomen is, want het hele lange, smalle, kronkelige eind tot aan de provinciale weg achteruit terug rijden, ziet hij niet zitten. Gelukkig lijkt het bospad wel begaanbaar. Zelden smaakte de Pommes zo lekker als nu aan de Zmulner See, na een dag zwoegen.

a37-3

De kinderen nemen nog een duik voordat we naar Tengghof terugrijden, waar de boerin een verrukkelijke Apfel Strudel bij ons op de stoep heeft gezet.

37-7

Voor Ap maken we een bed op in de saunakamer. Hij droomt van vrachtwagens die niet verder kunnen. Totdat hij om vier uur wakker wordt en geen oog meer dicht doet…
37-6