‘Het zaakje stinkt!’ zegt een vriend uit de kerk. Ja, bah, dat ruiken wij inmiddels ook. We slapen slecht en sjouwen vertwijfeld emmers water de besneeuwde berg af. In het appartementenhuis gaat het werk namelijk zoveel mogelijk door, ook al zit de hoofdkraan er vanwege de strenge vorst nog dicht. Want zodra we de eerste schok te boven zijn, staat één ding vast: Hier willen we blijven! En de appartementen moeten compleet klaar zijn als de gasten komen! Hoe dan ook.
Het worden een paar slopende weken. Wat vonden we ook alweer zo romantisch aan verhalen of films over oude kastelen en landgoederen die met veel pijn en moeite van de ondergang gered moeten worden?
In huis is het koud, maar alle inkomsten gaan rechtstreeks naar het appartementenhuis en we wagen het niet er haardhout voor te kopen. ‘Zullen we met z’n vijven in de sauna gaan zitten?’ stelt een van de kinderen op een avond voor.
We piekeren voortdurend over de vraag waarom de bankdirecteur zo lang deed alsof hij een krediet ging verlenen. En over wat hem bezielde toen hij van het een op andere moment niet alleen daarvan afzag, maar ook nog eens zonder iets te zeggen onze betaalrekening blokkeerde. Het blijft een raadsel.
De makelaar die ons bij de landverhuizing begeleidde, leeft van harte mee en helpt ons aan een financieel adviseur. Ondanks hevige sneeuwval komt die onmiddellijk naar Zmuln gereden. Het wordt wel een halfuurtje later dan afgesproken, appt hij onderweg. Geen wonder, met dit weer! Daarna meldt hij zich opnieuw: de weg die hij wil nemen, is niet geruimd. Wat nu? We wijzen hem een andere route en hoewel het daar niet veel beter is, weet de adviseur Freudenhof te bereiken.
De man heeft geen goed woord voor de bank over en is daar niet voor niks na 25 jaar dienstverband weggegaan, beweert hij. Hij bekijkt ons bedrijfsplan en zegt tevreden goede mogelijkheden te zien om binnen enkele weken een andere bank te vinden. Hij loopt een rondje door de kamer, klopt op de eeuwenoude balken aan het plafond en gaat voor het raam staan, waarachter de sneeuwvlokken nog altijd vallen. ‘Wat wonen jullie hier mooi!’ Tsja, tot nu toe was het een droom, beamen we. ‘Dan zullen we zorgen dat het een droom blíjft’, antwoordt hij. ‘Ik weet hier de weg!’
We krijgen weer een beetje hoop, maar gerustgesteld zijn we nog niet. Dat het allemaal voor elkaar zou komen, hebben we eerder gehoord…  De spanning stijgt en stijgt.
Jeannette heeft hoofdpijn, Harold spookt – geheel tegen z’n gewoonte in – ’s nachts door het huis.
En dan meldt de adviseur zich: morgen komt hij langs met de directeur van een Raiffeisenbank uit de omgeving! Harold haalt de volgende dag eerst Frederik van het vliegveld in Slovenië; daarna ontvangen we opnieuw een bankdirecteur. We zijn zenuwachtig en zien het bezoek eigenlijk niet zo zitten. Er liep hier tenslotte al eerder een financieel iemand, die zich zeer welwillend toonde. Nu komt de regen ook nog ‘es met bakken uit de hemel en het decor is sombergrijs. De bergen in de verte zie je niet eens.
Maar het enthousiasme van deze vriendelijke man – in een mooi, jagergroen Oostenrijks jasje – werkt al snel aanstekelijk. ‘Ik ben in zo’n houten huis opgegroeid’, zegt hij waarderend als hij alle hoeken van ons woonhuis bezichtigt. ‘Later heb ik het afgebroken, iets wat ik nu nooit meer zou doen!’
Ook van het appartementenhuis is hij onder de indruk. Als we op een van de balkons staan te praten, wijst Harold  naar de hemel voor het huis. Vlak naast de Ulrichsberg aan de overkant, verschijnt de regenboog.
In de dagen die volgen, schrikken we van elk telefoontje. Zal Freudenhof door de ‘Prüfung’ komen of toch niet? En wat dan?
Vrijdagsmiddags om vijf uur – juist als we ons hebben neergelegd bij het idee dat we het hele weekend nog in onzekerheid zullen zitten – gaat de telefoon. De Raiffeisenbank wil onze hypotheek graag overnemen èn de laatste investering bekostigen! Freudenhof is gered! Dankzij een lagere rente blijken we zelfs beter af dan voorheen!
Met extra veel vreugde en energie begroeten we de volgende ochtend onze vrienden van het Leger des Heils. En al hun getimmer, geschuur en gezaag klinkt ons deze dagen als muziek in de oren!
Leuk was het niet, maar we hebben weer een hoop geleerd de afgelopen weken. Dat we in alle opzichten afhankelijk zijn en blijven, ervaren we nu des te meer van binnenuit.  En ook hoeveel we in anderhalf jaar tijd van deze plek zijn gaan houden! Wat rest, is verwondering.

Herzlich1

Herzlich2