Het is zondagavond als er op de deur van de Freudenhütte wordt geklopt. Enigszins ontdaan zitten wij bij elkaar. De gasten die de vorige avond arriveerden, zijn namelijk meteen weer vertrokken. Freudenhof beviel hen niet en de manier waarop zij ons dat duidelijk maakten, hakte er behoorlijk in. Wie een ‘lekker strak’, sjiek resort verwacht, wordt hier teleurgesteld. Een sobere stijl en een eenvoudige sfeer zijn ons meer waard.
Op de stoep staat dit keer een Duits echtpaar met een zoon van een jaar of 20. Ze hebben meer dan 30 jaar lang vakantie gevierd in het appartementenhuis, vertellen ze. En hun huwelijksreis brachten ze hier in ons houten Bauernhaus door! Jeannette nodigt hen uit voor een kop koffie en al gauw wordt in de woonkamer de ene na de andere herinnering opgehaald.
We genieten uitbundig van de verhalen. Jaren achtereen reserveerde een groep gezinnen uit verschillende landen altijd in dezelfde weken appartementen, zodat ze met elkaar konden optrekken. Op zaterdag kwam iedereen aan. Op zondagochtend elf uur werden allen geacht aan te treden om zich voor te stellen aan nieuwelingen én om het Zmulner lied te zingen. ‘Mittwoch Grillabend!’, bepaalde gastheer Heinz Ragossnig dan, ‘en iedereen brengt wat mee.’
Ja, die Heinz… De waterafvoer legde hij gewoon in het weiland van de buurman. Totdat deze het ontdekte en er een prop in stopte, zodat al het water weer terugkwam. Was er een tegel in de badkamer stuk, dan zocht hij er een andere bij en liet die erin lijmen. Pastte de kleur totaal niet bij de rest? ‘Doch! Passt schon!’ vond de eigenaar. ‘Jawel! Gaat best!’
Passt schon!’ Het zal ons al wel opgevallen zijn dat je dat hier in Karinthië vaak hoort, vermoedt de Duitse bezoeker terecht. ‘Gaat best, kan prima, is al goed’, betekent dat. Een uitdrukking die hoort bij het karakter van de Karinthiërs in het algemeen en bij Heinz in het bijzonder. Als er iets niet functioneerde, moest het zo snel en voordelig mogelijk gemaakt worden en er voor het oog mooi uitzien. Passt schon!
Nog elk jaar komen veel gezinnen terug naar Liebenfels. Bijna allemaal gaan ze dan even in Zmuln kijken. Met pijn in het hart zagen ze gedurende het afgelopen decennium hoe het huis elk jaar verder achteruit was gegaan. ‘Ik kon het op een gegeven moment niet meer aanzien’, zegt de vrouw. Enkelen overwogen het te kopen, misschien gezamenlijk: allemaal een appartement. Het bleek te gecompliceerd.
‘We vreesden dat het op een dag zou worden platgeschoven’, vertelt de man. Zijn zoon legt uit dat Haus Einsamkeit, zoals het verblijf toen nog heette, zijn tweede thuis was. ‘Hij kwam er al toen hij nog in de buik van zijn moeder zat’, lacht de vader.  Deze plek is etwas ganz besonderes, klinkt het herhaaldelijk.
We lopen door de avondschemering naar beneden. Bij de parkeerplaats grinniken ze. ‘Ooit zaten hier de koeien op de auto’s. Er was een kudde in paniek van de berg afgekomen.’ In de tuin waar de kinderen in het halfdonker aan het voetballen en tafeltennissen zijn en het kaarslicht vanaf de veranda flakkert, staat het drietal ontroerd stil.
‘Zo is het altijd geweest’,  zegt de vrouw zacht. ‘Lachende, spelende kinderen.’
‘Ik kan mijn ogen niet geloven’,  mompelt haar zoon.
Boven, in het appartement dat niet goed genoeg was voor de gasten van gisteren, wordt hij emotioneel. De tranen lopen over zijn wangen. ‘Wat is alles opgeknapt!’ Zijn moeder slaat even haar armen om hem heen. Dan kijkt ze rond. ‘Schön! Wunderschön!’ knikt ze. ‘En het ruikt weer fris. Het vocht is weg.’ Alledrie uiten ze hun dankbaarheid voor het feit dat het karakter van het huis bewaard gebleven is. Maar wij kijken elkaar aan en beseffen dat wíj degenen zijn die reden tot dankbaarheid hebben. Wat kunnen we dit hartelijke bezoek goed gebruiken. We zijn verwonderd.
We lopen verder door het huis, horen wie er in het verleden waar zat en welke komische voorvallen er plaatshadden. In de Aufenthaltsraum liggen allerlei aandenkens klaar voor de kleine expositie die we willen inrichten. De zoon ontdekt een foto van zichzelf als peuter. Gedrieën wijzen ze aan wie de anderen zijn die op de verschillende oude foto’s staan. De tekst op een van de passepartouts blijkt ooit door de vrouw zelf te zijn geschreven.
‘Fijn, dat we alles mogen zien’, vinden ze,  ‘dat jullie niet zeggen: ‘Nu is het van ons’. Natuurlijk niet. Freudenhof is er voor de gasten.
Als we in het donker afscheid nemen van deze vriendelijke mensen, weten we beter dan ooit wat Freudenhof waard is.

Gluck7

Gluck6

Gluck3

Gluck2

Gluck1